Snotmonster in da house

say-cheese

Beau is optimistischer dan mama…

Een half uur geleden plopte mijn oor dicht. Vanaf toen was ik officieel chagrijnig. Chagrijnigheid kent altijd een aanloopje. Een aanloopje die de ene keer langer duurt als de andere maar altijd met dezelfde uitkomst:  Ik. Haat. Het. En ik weet het, soms moet je ‘gewoon’ de knop even omzetten, maar soms find je dat rot knopje gewoon niet. Mijn dichte neus heeft er wellicht iets mee te maken. Evenals mijn op handen zijnde griepje die na vier dagen nog steeds niet doorgezet heeft maar waarvan de verschijnselen me reeds een paar dagen treiteren.

Terwijl ik chagrijnig word betrap ik me erop op een dip af te stevenen. En als er iets is waar ik een gruwel aan heb, is dat wel een dip. Ik zal vast niet de enige zijn, maar zo nu en dan voelt het alsof ik er regelrecht inglibber. Dan zit ik waar ik zit en erger me aan harde geluiden om me heen, aan plaatjes in tijdschriften en aan dingen waar ik tegenop zie. Zelfs wanneer ik ze zelf bedacht heb. En zelfs wanneer ik doof lijk te zijn aan één oor…

De niet winkelen challenge brak me vandaag ook even op. Ik was er onaangenaam door verrast. Niet omdat ik opeens zoveel zin had in shoppen, integendeel. Maar ik vond mezelf opeens de allergrootste huismus in het dorp. Zo’n type die de was keurig opgevouwen in de kast legt, de wasmanden leegwast en op zaterdag slechts hoeft te stofzuigen, te koffiedrinken en een cake te bakken. Gatver. Ik vond het zowaar stom. Stom mensen? Het is toch heerlijk zo ontspannen en relaxed te zijn? Ja soms wel. Maar nu even niet.

De hele week lijk ik al op non actief te staan en man ik vlieg zo langzamerhand bij de muren op. Maandag nog wezen sporten en bomvol plannen en energie. Dinsdag een verplichte rustdag en woensdag een gedwongen rustdag wat doorzette naar de donderdag, vrijdag en dit weekend omdat ik me gewoon grieperig voel. Maar dan halfbakken grieperig weet je wel. Een potdichte neus, koude rillingen en elke avond vroeg op bed willen.

Er zijn van die mensen die zelfs dan nog staan te springen om de gym, nou ik niet. Elke gedachte me in te spannen deed me zweten en gapen. Dat is toch raar? Ik piekerde er niet over om me met een loopneus en rondslingerende snotspetters uit te gaan sloven. Het proesten en snuiven en snot afvegen komt me letterlijk de neus uit. Ik was vergeten hoe stom verkoudheid eigenlijk is en vraag me af wat het nut ervan is. Tegelijkertijd overvalt me een gevoel van ondankbaarheid dat ik loop te zaniken over een griepachtig verkoudheidje terwijl ik ook in  een Afrikaans land dood had kunnen gaan aan een besmetting van een Ebola virus ofzo. Maar dat heb ik Goddank niet, ik  heb een ruwe neus en een kapotte mond. En daar zeur ik nu dus over.

Het zal vast menselijk zijn, zeuren. Het zit in de aard van elk beestje. Alleen zegt niet iedereen het luidop. De meeste vrouwen zijn bikkels en mekkeren niet. Ik lijk vandaag meer op een kerel en zanik het hele ABC op wanneer ik de tachtigste zakdoek volsnuit en met een gedempte nasale stem de kinderen berisp omdat die overduidelijk overlopen van energie waaraan ik juist gebrek heb.

Toch zijn zij ook niet fit. Allemaal lopen we te snotteren en te proesten en maken we ruzie om de afstandsbediening. Want het enige wat leuk is willen we allemaal tegelijk en dat kan dus niet omdat niemand hetzelfde leuk vindt. Alleen de oudste lijkt de dans te ontspringen. Tenminste, dat gok ik. Maar het zal niet de eerste keer zijn dat we allemaal weer kwijl- en traanvrij zijn en de laatste persoon binnen ons gezin op de valreep ten prooi valt aan de griep slash verkoudheid. Het zij zo. That’s life. En soms, sucks dat life.

Dat ik nu chagrijnig wordt komt niet in de laatste plaats doordat ik ervan overtuigd ben dat het ermee te maken heeft dat een virus je zelfredzaamheid verpest. Je word gedwongen pas op de plaats te nemen en je rust in acht te nemen. En ook al doe je dat dan gedwee, leuk is het niet.

Net wanneer ik duizend plannen heb gemaakt moet ik op de rem trappen en blij zijn dat ik niet met een thermometer in de rondte hoef te zwaaien. Mits ik vitamine C blijf eten alsof het snoepjes zijn. En dus doe ik dat braafjes en lig ik elke avond om half tien op bed en zie eruit als een verlepte huisvrouw met kleine oogjes en rode neus. Weg image. Weg fitlife. Weg fitgirlishe look. So be it. Toen ik net een vlugge blik op IG wierp (ik kwam zwaar in de verleiding dit klaagverhaal online te gooien en mijn gematigde online periode te flushen) werd ik subiet doodgegooid met afgetrainde abs en blije gezichten.

Dat deed me besluiten er nog een extra week aan vast te plakken. Blijkbaar ben ik mentaal nog niet sterk genoeg om me weer in het wereldje van abs en successen te storten. Nog niet. I’m weak and I’m not ashamed to say it.

Ik zit alweer op 869 woorden en steven af op de duizend. Duizend woorden die gaan over een verkoudheid en een drupneus. Duizend woorden die niet bepaald blij maken. Maar ze luchten wel op. Lekker het is er weer uit. Een paar paracetamolletjes, een ibruprofennetje en de elektrische deken op twee. En me niet schuldig gaan voelen over de verplicht ingelaste rust die ik blijkbaar toch even nodig had om mezelf niet volledig te vloeren. Ik leer het nog wel es 😉 Nog 41 woorden over. Ik zal het kort houden en er gauw een eind aan breien. Straks met z’n allen op de bank voor ‘Wie is de Mol’. Heerlijk zeg ik. Sluit mooi aan bij mijn nieuwe mutserige image: ‘desperate housewife’ alleen is desperate hier in een iets andere context 😉 Fijne avond! Xxx Paulina

bestand-11-02-17-18-53-47

Wanneer alleen een filter en een make-up ei je nog kan redden…;-)

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s