Loslaten

Wanneer je moeder wordt (of vader) stap je een avontuur in die zijn weerga niet kent. En het is maar goed dat je van tevoren geen enkel benul hebt hoe zoiets kan gaan verlopen, of zal verlopen want dan schijt je al bagger bij alleen de gedachte aan een baby.

En eigenlijk heb ik dat ook gedaan. Altijd al. Ik wist het duizend procent zeker: ik wil geen kind. Niet één, niet twee en al helemaal niet drie. En wat kreeg ik? Niet één kind, niet twee maar drie. Drie stuks kinderen met alle drie een werkend brein (en hoe!), met rollende ogen (en hoe!) en een mond die nooit stil staat (en idd, en hóe!)

Toen eenmaal de beslissing gevallen was om een baby op deze aarde te zetten begon de hoop dat het dan alsjeblieft wel meteen ‘raak’ zou zijn. Want alleen al de gedachte aan eeuwig hopen en nooit lukken stemde me ontzettend gefrustreerd en moedeloos. Niet wetende dat een baby nou niet bepaald uit de Wehkamp zou rollen. Al was dat wel een handig en mooi alternatief geweest trouwens.

En dus probeerden we. En jankte ik hemel en aarde bij elkaar toen ik gewoon ‘voelde’ dat er een spermacel voor zijn leven zwom om mij eens even lekker te bevruchten. O. My. God. Nu ik het zou in woorden uiteenzet herinner ik me de blinde paniek meteen weer. En de gedachte: ‘Wat hebben we nou weer gedaan?!’

Ik heb zou hard gehuild met een wederhelft tegenover me die er geen hol van snapte. Of ik gek geworden was. “Wat is er nou weer aan de hand? Vond je het niet leuk?” “Jaweeheell, maar let maar op, nu ben ik straks gewoon nog zwanger ook en dan krijgen we een kind. Boeee-hooeeeee….”

Het bleek precies zo te gaan als ik had voorspeld. Je laat de pil staan, het condoom werd verbannen en meteen na de eerste gok was het inderdaad raak. Wat een toestand. Wat een hectiek en wat een angst. Want ik realiseerde me heel goed: mijn hele leven gaat nu op zijn kop staan en niks blijft hetzelfde. En dit beste mensen, was alleen nog maar een bevruchting… Als dit al zo heftig was hoe zou het dan zijn wanneer de baby er écht zou zijn?

Daar kwamen we snel genoeg achter. Ik stortte me op babyforums en was daar nog veel sneller vandaan. De haat en nijd die ik er tegenkwam werd er niet onder stoelen of banken gestoken en na een of twee keer me in een digitaal gesprek te mengen besloot ik om nooit weer terug te keren. Dan maar tijdschriften en boekjes lezen. En goddank had ik een buurvrouw die ervaring had met zwanger zijn en kinderen op de wereld zetten want ze had er al vier. En ik nog niks.

Uiteindelijk kwam er na acht maanden inderdaad een baby. Een jongetje zo gezond als een vis. Piepklein maar alles zat erop en eraan. Dat was de start van het moederschap. Want ook al ben je al moeder terwijl je kind nog in je buik woont, je kunt het pas écht praktiseren wanneer je je baby kunt vasthouden, poepluiers mag verschonen (ik zeg maar ‘mag’ want dat klinkt vriendelijker, het is natuurlijk gewoon hartstikke goor die schijt achter de oren van een kind wegpoetsten) en je baby gaat voeden. En terwijl ik het hardst had getierd dat ik No Way ooit borstvoeding wilde geven (dat was zo mogelijk nog goorder en walgelijker dan het ter wereld brengen van een kind) zat ik de eerste nacht als een gedwee hertje in het ziekenhuis bed met aan mijn zij een zuster die een vacuümpompje op mijn borst plantte en ik me realiseerde dat ik dit maar moest ondergaan. Ik was veranderd in Campina in plaats van Paulina… Toen ze ook nog uitriep hoe prachtig mijn tepels wel waren (lees hoe praktisch ☹!)  kreeg ik helemaal braakneigingen. Ik bedoel, WTF, wie zégt dat nou?! Zij dus. En ik zweeg en keek beschaamd weg.

En terwijl je daar dan zit uit te rusten en je eigenlijk in een soort trance bevindt ben je vergeten waar je bang voor was en is de gedachte aan later nog mijlenver weg. Je bent in dit avontuur gegooid (of nou ja, je bent erin gestapt natuurlijk) en moet eigenlijk maar leren zwemmen zonder zwemdiploma. Reddingszwemdiploma wat mij betreft want het is soms net alsof je maar moet over-leven in plaats van leven. Je wordt geleefd. Door je baby, door betweterige visite, door kraamhulp, door het consultatiebureau, door je ouders of schoonouders; kortom, door iedereen die (meestal) het beste met je voorheeft. En jij? Jij blijft maar ademhalen en hoopt dat je het allemaal goed doet.

Inmiddels zijn we twee kinderen verder en wat is er veranderd? Niks. Ja tuurlijk poept er niemand meer in zijn broek, hoeven ze geen boterhammen meer te eten terwijl ze in een foeilelijke niet- met- het- meubilair -matchende- kinderstoel zitten, is de sta-in-de-weg  box allang de kamer uit en zijn mijn borsten allang weer de mijne, maar, het zorgen voor en het denken om blijft altijd doorgaan.

De oudste is nu zeventien, de middelste wordt bijna zestien en de jongste is elf. De luiers hebben plaatsgemaakt voor maandverband en haargel. De borstvoeding is veranderd in thee of ranja en er worden borden vol pasta of aardappelen verorberd. Waar je eerst uit de voeten kon met twee slavinken voor één kind en twee volwassenen (dat was de tijd dat we nooit teveel aten) kom je nu met een compleet varken aan spare ribs niet weg, want: altijd trek.

Er gaan drie zakken friet doorheen op zaterdagavond en de snackbar zou alleen al wel kunnen draaien op ons gezin als afnemer en nog winst maken ook. De boodschappen passen allang niet meer in één kratje en beter adopteren we een volledig bos laten om de ecologische voetprint van ons te gezien te verkleinen gezien de enorme hoeveelheid wc papier die erdoorheen gejast wordt. Deodorant en douchefris al net zo. Alle pogingen om duurzame producten te gaan gebruiken ten spijt; beter zet je wanneer je dat leuk vindt zélf wat duurders in een kluis en plaats je een fles goedkoop afwasmiddel in de douche. Flesjes en etiketjes lezen doen ze toch niet en jouw zuinige en dure goedje wordt weggespoeld alsof ze een auto aan het wassen zijn. Elke dag opnieuw.

Een ander ding waarover ik de laatste tijd mijn hoofd over breek, en mijn hart trouwens ook, is LOSLATEN. Dat kan ik niet zo goed. Ik wil het echt wel hoor, ik doe mijn uiterste best maar damn wat is dit moeilijk…

Juf Ank zei het al: “Wanneer je wilt dan je kinderen omhoog klimmen moet je er niet bovenop gaan zitten”… Dat is een beetje een mantra geworden wanneer ik merk dat ik niet wil loslaten.

Onze oudste houdt niet van afspraken maken. Of dat is niet helemaal waar, hij houdt er wel van, zolang hij er beter van wordt. Maar afspreken wanneer je thuiskomt (al mag je dat zelf weten) willen we niet. Dat zég je als puber natuurlijk niet, je laat je ouders gewoon in spanning wachten en verrast ze met je thuiskomst. Waardoor je moeder geen oog dichtdoet omdat ze denkt dat je ergens aan de kant van de weg ligt omdat iemand je doodreed en vervolgens doorreed. In mijn gedachten en nachtmerries heeft de politie al duizend keer aangebeld met slecht nieuws. En ik kan je verzekeren, daarvan krijgt een mens heel veel grijs haar. En rimpels bovendien.

Op een gegeven moment bedachten we dat we hem écht moeten loslaten. Het wordt tijd dat hij leert dat hij zelf meer keuzes moet maken waarbij wij moeten vertrouwen op de juistheid ervan. Of moeten accepteren wanneer hij dommere keuzes maakt. En dus zei ik hem: jij wilt graag volwassen zijn, ik geef je die ruimte. Bij mij hoef je niet langer verantwoording af te leggen. Doe wat je wilt (en in gedachten: geniet daar dan van- in gedachten dan he, dat lukte luidop nog niet zo goed…)

Ik vind het moeilijk. Echt moeilijk. Het is moeilijk te zien wanneer ze dingen doen waarvan je denkt: “kan dat niet beter op een ander moment?” of, “kun je dat niet gewoon helemaal niet doen?” maar ik ben hem niet en ik ben ook puber geweest. Ik moest ook volwassen worden en ik, ik moest ook een paar keer op mijn bek gaan. Dat heet volwassen worden. Ik weet het allemaal wel.

En dus zijn we een nieuwe fase ingegaan. De puberfase is allang van start, inmiddels voor alle drie, maar het nieuwe ‘loslaten’ is nu begonnen. En dat is zo mogelijk de zwaarste tot nu toe. Want waar in eerste instantie het ‘over je heen laten komen’ van een zwangerschap al griezelig was en het  laten huilen van je kind niet meevalt is maar dat je op je  gevoel leert te vertrouwen, is het loslaten naar  een hoger niveau getild, zo voelt dat. Dit is een van de laatste fases voordat ze écht groot zijn. Volwassen zijn. Voordat ze beslissingen nemen zoals grote mensen dat doen. Voordat ze niet langer bij jou zijn maar de grote wereld intrekken.

Ik gun ze de wereld. Ik gun ze dat ze alles kunnen doen waar ze gelukkig van worden. En ik gun ze bovenal het zelfvertrouwen dat ze alle paden kunnen en mogen bewandelen die hun naar hun droom leidt en daarbij niet hoeven te vrezen voor de hobbels en scheuren in de wegen op hun routes. Ze horen erbij. Er is geen leven dat over rozen gaat en ze zullen ongetwijfeld worden geprikt door de doornen onderweg.

Maar wanneer ze in liefde losgelaten zijn terwijl ze op ontdekkingstocht waren komt het vast goed. Daar ben ik van overtuigd.