Waarheen leidt de weg die wij (moeten) gaan…?

Soms dan kom luister je naar een tekst van een liedje en gebeurt er iets met je. Dat kan ook bij het luisteren naar een melodie of muziek van een taal die je niet begrijpt; het is maar net op welke frequentie je zit lijkt wel. Waar je hart zich op dat moment bevindt.

Laatst luisterde ik naar Q Music en daar kwam opeens Emma Heesters voorbij met de cover van Marco Borsato’s ‘afscheid nemen bestaat niet’. Al bij de eerste noot die ze zong rolden er een optocht tranen over mijn wangen die bleven stromen totdat ze klaar was met zingen.

Het was niet eens dat ik dacht aan iedereen die weggevallen was, het was vooral heel erg op mezelf van toepassing. Het eerste wat ik dacht: als ik doodga, wil ik dat dit gedraaid wordt. Maar het is inmiddels nogal een playlist geworden wat er gedraaid moet worden dat ik bang ben dat het een 24 uurs funeral zou gaan worden compleet met ontbijt, lunch en diner.

Ik denk er veel en vaak over na. Doodgaan. Of dat pijn zou doen, of het lang duurt (ja ik weet het, dood zijn duurt meestal eeuwig…) en natuurlijk de hamvraag: waar ga je naartoe?? Want dat is toch wel iets wat denk ik elk denkend wezen zich afvraagt? Waar ga je heen? Ook al zo’n nummer van Emma bedenk ik met trouwens maar dan met een iets andere lading 😉

Gaan we naar de hemel of de hel? Blijven we onzichtbaar rondwaren of is er hierna helemaal niets? Want ik vind het werkelijk een vreselijke gedachte maar het kán natuurlijk wel. Niks is onmogelijk in deze. Of nou ja, hemel en hel vind ik wél onmogelijk eigenlijk. Dat vind ik een typisch verzinsel van de mensheid. En niet in de laatste plaats omdat er zo verschrikkelijk veel mee gedreigd werd en wordt.

Dat gebeurt dus ook allemaal vanuit het kerkelijke perspectief dat dreigen. Want vanaf de preekstoel kun je nogal eens wat voor elkaar breien. Je staat dan letterlijk boven mensen te verkondigen wat er moet gebeuren om vooral niet in dat hellevuur te belanden. Want dat is nogal heet. En pijnlijk. En wie weet kom je náást Hitler te zitten in plaats van veilig in een Hemels vertrekje waar je elke dag taart en red Velvet Cake voorgeschoteld krijgt in een witte jurk of pyjama. Zo dan is nu ook meteen mijn beeld van de hemel duidelijk.

Op de een of andere manier spelen filmproducenten handig in op de fantasie van mensen want ook zij beïnvloeden het beeld wat wij aardbewoners hebben van hemel en hel. Wit en zwart. Rood en zilver. Zelfs de kleuren hebben een lading. Hoorns of vleugels. Alles is beeldvorming en iedereen fantaseert lustig los op hoe alles eruit zou zien en schijt bagger bij de gedachte dan hun misstappen beloond zullen worden in het eeuwige hellevuur waar je waarschijnlijk geeneens een auto kunt parkeren maar waar ze je de hele tijd achterna vliegen om je te beboeten. Dat zou ik namelijk nogal hels vinden.

Anyway, de hemel en de hel. Er zijn zoveel boeken over geschreven en zoveel films over gemaakt dat iedereen er een beeld en een oordeel bij heeft gevormd. Onwetendheid glijdt langzaamaan naar de achtergrond want zoveel impressies vagen elke onzekerheid van tafel. Hoe kan het anders zo beeldend verteld en beschreven worden? Daar moet toch íemand vanaf geweten hebben? Of zouden mensen écht zoveel fantasie bezitten?

Ik vrees het laatste. Ik denk inderdaad dat mensen zoveel fantasie en vertelkunsten bezitten dat dingen heel makkelijke een eigen beeld krijgen en een waarheid gaan vormen. Als je het maar lang genoeg herhaalt, opschrijft, leert en onderwijst dan wordt het vanzelf realiteit. En realiteit brengt mensen tot ongekende hoogtes én dieptepunten…

Mijn beppe was er op haar sterfbed overtuigd van dat de heer haar zou komen halen. Dat dit op dat moment uiteindelijk uitgesteld zou worden wist ze toen nog niet, ze kreeg er nog een paar bonusweken bij, maar ze was zeker dat ze rechterhand’s Gods zou belanden. En velen met haar. Ofwel God heeft een ongekend lange arm waar rijen mensen aan passen ofwel is ook in de hemel haat en nijd wie er dan wel aan die rechterhand mag zitten. Of er worden om beurten lootjes getrokken natuurlijk, dat is ook nog een optie.

Doodgaan is zo ontzettend definitief. Behalve dan voor de boeddhisten ofcourse die geloven dat je altijd nog als olifant of, als je het heel goed doet, als koe terug kan komen. Maar dan moet je als koe wel de juiste plek uitzoeken om te reïncarneren want doe je dat hier in Nederland dan ziet het er alsnog slecht voor je uit. De kans om als draadjesvlees te eindigen is vele malen groter dan de kans op vrijheid blijheid en het eeuwige leven.

Wat dat betreft hebben dieren het maar makkelijk. Die hoeven zich nooit ergens druk om te maken. Die leven hun leven en op een dag is het over en uit. Die hebben wel doodsangsten maar dat is meer overlevingsinstinct dan dat ze kunnen nadenken. Tenminste, dat nemen we dan maar weer aan.

Al meerdere keren ben ik naar een Paraview beurs geweest. Ja echt, best heel bijzonder om naartoe te gaan. Je moet wel tegen de wierookgeur opgewassen zijn en tegen paarse jurken en veloursen kleedjes kunnen. Mijn kinderen hoefden daar dus bij voorbaat al niet naartoe want die krijgen al kippenvel van de structuur van sommige jassen en het gevoel van watjes. Ik bedoel maar. Daar wemelt het van de gekke stofjes en glimmertjes.

Maar natuurlijk zijn het uiteindelijk niet de glazen bolletjes en de glitterkleedjes die de ervaring tijdens een bezoek aan zo’n beurs bepalen. Dat is de sfeer en dat wat jij er vindt. Ik vond er toen best veel bevestiging al was het nog een kluif om uit te zoeken bij wie je aan het tafeltje schuift. Uiteindelijk betaal je er wel gewoon en een kwartier prietpraat en wazig gedoe is dan best kostbaar. Daar heb je niks aan.

De eerste keer dat we op zo’n beurs kwamen, mijn moeder en ik gingen samen, waren we best overdonderd. Het ís ook best gek zoiets; al die mensen en allemaal met dezelfde spirituele interesses. Aan de ene kant leuk, en aan de andere kant vond ik het allemaal maar engig. Kunnen zulke lui gedachtenlezen? Zijn het oplichters? En toen ik eens een vrouw uit het dorp zag zitten schoot ik helemaal in de lach; ik wist niet eens dat zij hieraan deed en durfde al helemaal dan niet bij haar aan te schuiven.

Heel veel van die mensen zijn ook onbetrouwbaar; dat is gewoon zo. Dat is op zich ook niet zo gek natuurlijk want dat hele paragnostische gedoe is net zo zweverig als wat. Iedereen kan zich voordoen als waarzegger of kennis van de doden en zo hun boodschappen overbrengen. Weet je nog van Char, die altijd op tv was? Nou, afgezien van het feit dat de media dat mens vreselijk door het slijk gehaald heeft was het natuurlijk ook wel een tikkeltje verdacht om het hele alfabet af te gaan alvorens je een keer ‘beet’ had wat betreft een naam of familielid van de persoon die tegenover haar zat.

Daarnaast heeft het vooral kracht wanneer je erin gelooft. Want daar zijn we weer: geloven doet leven. Dat is zo. Geloof bestaat al sinds mensheugenis. Mensen wíllen ook echt ergens in geloven want dat geeft kracht en steun omdat niemand precies weet van de hoed en de rand. Ze willen zich vastklampen aan iets wat zekerheid biedt.

Waar men de Goden vroeger al de schuld kon geven van een ‘mislukte oogst’ – die moest toch érgens vandaan komen?- geeft men God tegenwoordig de schuld van andere dingen. Of nog erger, elkaar omdat ze hun geloof niet goed praktiseren. Je eigen verantwoordelijkheid nemen zou meer oplossen dan geloven in een willekeurige religie waar je je achter verschuilt. Alles uit naam van Jezus, Allah, God of Sinterklaas. Doe.Maar.Niet.

Als iedereen eens voor zich zelf verantwoordelijk zou zijn en iedereen dacht eens na voordat hij iets zei of deed. Als iedereen eens een beetje om een ander zou denken en niet alleen voor zichzelf. Of nou ja, sommigen zijn juist teveel met anderen bezig en totaal niet met zichzelf, voor hen geldt het tegenovergestelde lijkt mij- dan denk ik dat we zowaar in een utopie zouden leven.

Wat minder gezeik en gebemoei en wat meer ruimdenkendheid. Want ik geloof er geen snars van dat er één almachtige kracht is die ergens waar wij het niet zien de scepter zwaait en die straffen uitdeelt in de vorm van ziektes en honger. Als er al een almachtige liefdesGod is dan wordt hij of zij in elk geval doodziek van het eeuwige gespeculeer en gegis denk ik en, van het in zijn naam zich gedragen als een eikel.

Hij of zij hoopt dan denk ik heel hard dat wij aardbewoners eindelijk eens leren wat het woord “respect” betekent. Wij zouden allemaal op cursus kunnen om hierover wat meer te leren. Want respect is een sleutelwoord voor een utopische wereld. Met meer respect voor mens en dier en natuur. Want wat meer respect voor je omgeving en de natuur zou als gevolg hebben dat er beter nagedacht werd over een leeg chipszakje, een blikje of een volgescheten pamper van je baby die je achteloos uit het raam knikkert..

Meer respect voor dieren zou betekenen dat je een dier al helemaal niet ritueel zijn jas uittrekt om een of andere God te behagen. Ik denk dat diezelfde God bij elke rituele slachting wenste dat hij geen God was omdat hij niet snapt hoe je het in je harsens haalt een dier te laten lijden en deze enorme stroming van zijn volgelingen denkt dat dit zo moet. Hóe dan? Om van de volle stallen en de tonnen aan vleesoverschotten nog maar te zwijgen. We nemen niet wat we nodig zijn maar wat de portemonnee spekt. En dan wordt onze portemonnee trouwens als laatst gespekt; eerst die van degenen die er het meest aan verdienen en dat zijn géén boeren of dieren in elk geval.

Respect voor je medemens zou betekenen dat je elkaar in zijn waarde laat. Iedereen wordt keihard be- en veroordeelt door elkaar. Of je nou foute schoenen draagt, je wilt onderscheiden van de rest of juist niet. Of je in therapie wilt of moet, of je assertief bent of een doetje. Zowel je uiterlijk als je innerlijk is een reden om elkaar af te zeiken. Dag in, dag uit. En dan schrijft ieder blad dat we onszelf moeten omarmen en onszelf moeten zijn; dat is pas een peuleschilletje met zoveel meningen en schreeuwers om je heen. Not.

Respect is key. Voor alles en iedereen. Iets maar voor waar aannemen terwijl je de feiten niet kent. Nou, dat is pas een olievlek. Doe dat gewoon eens niet. Een onwaarheid is moeilijker uit te roeien dan een waarheid. De waarheid kent namelijk bijna niemand en bovendien is die in een vingerknip verdraaid naar een leugen. Bovendien vertelt iedereen het verhaal altijd in zijn eigen voordeel. En dat is nooit ten gunste van de ander.

Maar goed, ik zou na dit hele relaas ook bijna een spreekstoel verdienen en moest misschien zelf maar een kerk opstarten. Doen ze in Amerika ook en ze worden er slapend rijk mee. Nee tuurlijk niet; ik moest er niet aan denken. Laat mij maar lekker mijn ding doen en het opschrijven wanneer ik iets kwijt wil. En ja, waarschijnlijk vindt iedereen er wel weer iets van. Dan maar. Heel misschien halen ze er iets nuttigs uit. Al is het alleen maar een conclusie niet zo te willen denken als ik 😉 Dat is ook prima. Dan volg je in elk geval je eigen gevoel en verstand en spiegel je je niet aan klakkeloos aan iemand anders.

Goed mensen, dit waren weer veel te veel letters en woorden en het duizelt je nu vast. Doe maar gauw een bak koffie of thee om bij te komen van dit relaas en geniet van je dag verder!

Tot een volgend epistel xxx