Van poep naar podium

Time flies when your’e having fun zeggen ze. Nou dat is ook zo. En ook als je geen fun hebt trouwens; ook dan weet de klok van wanten en zoeft die tijd zo hard hij kan.

Twee weken geleden bijvoorbeeld. Toen ik ziek thuis was met een griep die echt overal om zich heen sloeg. Ik had ook een tik gekregen van die griep. Goddank niet met buikgriepklachten dus eten was niet zo’n groot probleem 😉, maar wel de rest van de kwalen die je toebedeelt worden wanneer je ten prooi bent gevallen aan baccillen en bacteriestammen.

Anyway, terwijl ik blij was dat ik op mijn gemakje mocht herstellen was zelfs deze week zo snel voorbij dat ik het bijna jammer vond dat ik weer opgeknapt was. Het enige maar wel heel grote voordeel aan deze zeldzame weken is namelijk dat ik echt goed op de rem trap als ik me zo ellendig voel. Dan stribbel ik niet tegen maar geef ik me er maar gewoon aan over: aan het niksdoen.

Letterlijk niks. Gewoon op de bank zitten met een zelf gebrouwen theetje (wat overigens later een subliem schoonmaakmiddel voor mijn theepot bleek…) en om me heen kijken. Naar buiten. Naar de stofjes die door het zonlicht dwarrelden -en dan geeneens de behoefte voelen om op te springen en de vensterbanken schoon te poetsen… Naar fietsers die met tassen vol brood bij de bakker verderop naar huis fietsen. En naar kinderen die op weg naar school of speelkameraadjes zijn.

Het heerlijkst was het moment dat mijn eigen kroost weer thuis kwam. Want och wat zijn ze altijd lief wanneer jij je beroerd voelt. Het is net alsof ze gewoon wéten dat ze zich moeten gedragen – en wonder boven wonder doen ze dat dan vooral ook echt. Dan vliegen ze voor je met glaasjes water en aspirientjes. Met fruit en thee en willen zelfs hun was naar hun kamer brengen die jij met zwetend voorhoofd en klotsende oksels hebt staan vouwen.

Volmaakte kinderen tijdens ziekte. Je zou het er bijna om faken. Maar dat hoef ik niet te doen want dat kan ik dus niet. Meestal wanneer ik weer begin te foeteren hoor ik ze ik koor: “ooooh, mama knapt weer op hoor want ze scheldt weer op ons” En meestal hebben ze dan gelijk. Want als ik ziek ben reageer ik nergens op. Behalve op het gepiep van de hond als ie moet plassen want ik heb geen zin om het met mijn brakke gestel op te dweilen natuurlijk. Of nog erger, poep te scheppen… ☹

Kijk ik ben gek op mijn hond hoor maar ik laat hem met opzet altijd ver uit de buurt uit. Want met zo’n poepzakje een warme drol oprapen durf ik niet. Ik ben bang dat ik alles onderkots terwijl ik met dat zakje sta te staan. Om me heen te spieden of iemand me ziet staan. En ik weet heus wel dat de rest van hondenbezittend Nederland ook met zo’n warm zakje rondloopt, ik liever niet. En dus laat ik hem of in de achtertuin kakken waarna ik het hopsakee meteen in de groene container gooi of ik ga een eind wandelen zodat de hond los kan lopen en niemand die drol ooit terug vind in het hoge bermgras.

Behalve andere honden dan trouwens. Ik weet niet wat het is met honden maar ze hebben echt een neus voor andermans shit. Letterlijk dan ook. Ze staan op nog geen millimeter afstand aan een keutel te snuiven en doen net alsof het een viersterrenrestaurant betreft. Of een of ander goddelijk gerecht. Of een wasmand vol frisse was voor mijn part.

Als het maar lekker ruikt. Vinden zij dan tenminste want als er één geur is waar ik niet tegen bestand ben is dat hondenstront. Ik vind dat echt zó walgelijk. Vooral wanneer je er in bent gaan staan en het moet er weer áf… Dramatisch. Wat dat betreft is het nemen van een hond een van de domste dingen die je kunt doen. Maar goed. Dat was het nemen van die kat honderd jaar geleden ook.

Want hoe geweldig leuk het is wanneer je een (jonge) kat in huis haalt, hoe vreselijk is het die kattebak elke dag uit te mesten? Juist. Heel erg. En hoe ouder de diertjes worden hoe meer kwalen ermee gepaard gaan. Maar ja, wie verwacht ook dat zijn kat met gemak de 20 aantikt? En daarna nog even doorgaat, jou zevenhonderd hartaanvallen bezorgt met al die (ouderdoms) ongemakjes (lees: haarballen, poep aan de achterpootjes omdat ze slechter kunnen begraven zodat je met een ongetemde kat in de houdgreep poten staat te schrobben en over je nek staat te gaan van die lucht, van de rand van de bank af lazeren en nog even een handtekening op je leren bank achterlaten

zoiets dus; haarballen..😩 #notminebytheway

Ach, allemaal dingetjes die je voor lief neemt omdat je ondanks alles een heleboel van ze houdt. En nooit had gedacht dat je zo knetterhard zo zitten te huilen op het moment dat ze afscheid van je nemen. Maar dat had je al drie keer gedacht dus ook al drie keer je traanbuisjes urenlang door laten spoelen. En al drie keer in rouwkleding gehuld naar de dierenarts was geweest omdat je dacht dat ze doodging. En telkens met een levende kat die er ‘geweldig uitziet voor haar leeftijd’ richting huis rijdt en uiteindelijk uitgeput van de stress best wel opgelucht bent dat ze -wederom- nog leeft.

Onze hond is nu bijna twee jaar maar het idee dat ook de hond een keer doodgaat vind ik zo’n nare gedachte. En dat zij zich daar dus niet van bewust is… Maar ook, dat ook die hond gaat aftakelen. Van frisse fruitige pup naar stramme oude hond. Dat vind ik ook niet leuk en daar aan denkend kan ik acuut in de mineur schieten van verdriet wat nog geeneens aan de orde is.

En daarna, hoe oud ben ík dan wel als die hond versleten is?? OmG. Óók versleten? Nou ja. Nog maar niet teveel aan denken dus. Want straks is dát ook weer een reden om te gaan stressen en daar heb ik dus even helemaal geen trek in. De maandag is veel te mooi om je druk te maken over je hond die over elf jaar doodgaat toch?

As I write raast er een flinke storm over de Nederlanden. Man, man, man, dáár word ik dan weer wel heel onrustig van. Waar ik als kind genoot van kletterende regen tegen de ramen en gierende wind om het huis -daar kon je zo lekker van slapen- ben ik nu vreselijk onrustig van die toestanden. Telkens bang dat er dakpannen afwaaien, er weer een schutting omwaait (ook al gehad- en tevens een trampoline de haag in, recht omhoog), er een boom in de tuin belandt (dat was tegelijk met die trampoline; op nog geen dertig cm van de vensterbank lag de boom ontworteld van de ene stoep bij ons in de tuin…), kortom, genoeg reden tot vrees. Net als die keer dat het dak lekte in het holst van de nacht en je het platte dak op moest om het lek op te speuren met nul gevoel voor richting en een zaklamp om door de regen bij te schijnen.

Ik heb het niet zo op lekkerij en wind. Dan voel ik me altijd onveilig en neem ik me voor een dag later de loodgieter te bellen die meteen mijn hele huis onder handen neemt. Van onder tot boven. Laag voor laag. Zodat er nooit weer iets kan gebeuren en ik als een kluizenaar binnen zit te wachten totdat het over is gewaaid. Maar dat doe ik in dus niet. In plaats daarvan zit ik bang te wezen dat er écht iets gebeurt, er ergens druppels naar binnen komen of een heel harkeniel van het dak afwaait. Zoiets.

Je hoort het al, ik ben bijna opgegeven. Bijna met nadruk, want ik roep mezelf heus wel tot orde. Wanneer de hond trillend in zijn mand ligt omdat het vrouwtje zit te zenuwpezen weet ik heus wel dat ik daarmee op moet houden en dus doe ik dat dan maar weer.

Anyhow, om even een sprongetje in de tijd te maken; de SAP cup. Alweer twee maanden geleden! OMG alweer zo’n gevalletje van waar blijft de tijd?? Voor die tijd leek het wel alsof mijn hele leven in het teken van die dag stond en nu speelt het amper meer door mijn hoofd. Maar eerlijk is eerlijk, dat is wel waanzinnig lekker hoor. Dat je daar niet meer de hele dagen mee bezig bent.

En eigenlijk ging dat heel snel na de wedstrijd zo. Het is ook echt een dag waar ik met heel veel plezier op terug kijk en met nog meer plezier ná die tijd. Want alles viel op zijn plek. Ik voel me nog steeds super trots dat ik het gewoon dééd zonder een podium onder te kotsen en ik ben ook vooral heel trots dat ik met nog iedere dag tevreden voel. Dat dat gevoel van ontevredenheid foetsie is. Zelfs terwijl ik weet dat er feitelijk niks veranderd is aan mezelf. Maar dat dat gevoel wél wegging op de dag van de wedstrijd. Precies zoals ik het me had voorgenomen en voorgesteld. Priceless dus. 😊

Voor die kleur doe ik echt alles 😍😂 💩

Hoe gaat het nu vraag je je misschien af? Ten opzichte van mijn sport en dergelijke. Want er waren best veel mensen die me vroegen of ik nu niet ‘helemaal los ging’ met eten bijvoorbeeld? Of minder intensief ging trainen? Of wat dan ook wat haaks op ‘de dag’ stond. Nou eerlijk? Er is geen fluit veranderd. Of nou ja, in mijn hoofd dan. Maar ik track nog (bijna) elke hap en sport nog gewoon vijf keer in de week. En daar is niks knaps aan, dat is gewoon een systeem waar ik al jaren in zit en wat goed voelt. Tenzij ík me niet goed voel. Dan doe ik het niet. Dan trap ik ff op de rem en neem ik een pauze zolang nodig is.

Het hoort er gewoon bij. Ik kan ook niet zeggen dat ik ‘er verslaafd aan ben’ zoals sommige die-hards beweren. Want als ik een week niet ga leef ik nog steeds en voel ik me net zo gelukkig als toen ik wel ging. Ik heb na de wedstrijd geen moeite gehad de draad weer op te pakken maar merkte wel dat ik vaker geen zin had. Dat heeft ook te maken met je energie natuurlijk. Wanneer je vermoeider bent dan heb je meer zin in niks doen dan om de gym in te strompelen. Maar ik wist ook, als je er aan toe geeft en je regime of ritme opzettelijk verstoort dan is het des te lastiger om daarna weer je routine op te pakken. En dus kwam het juist na die dag meer aan op ‘gewoon doen’.

Toen ik na de griep de gym weer in ging was het precies net zo. Ik had nul zin om ook maar een ledemaat te bewegen. In de auto ernaartoe bedacht ik me ook vooral om heel rustig te trainen. Nou, dat hoefde ik niet te bedenken want het ging gewoon niet. En daar moet je dan vooral óók naar luisteren. Dan kun je wel denken; het moet gewoon of ik moet gewoon. Nou, doe dat dan maar niet gewoon. Dus ik heb mijn dingetje gedaan en de dag erna meteen weer rust genomen. En dat was goed. Echt. Daarna ben ik op vrijdag, zaterdag en zondag weer gaan trainen maar wel op een tempo die ik aankon. En wanneer je dat weet gaat het best oké. Zodra het niet fijn voelt gewoon ook niet gaan is mijn advies.

Maar, vandaag is het weer maandag en maandag en donderdag zijn mijn vaste rustdagen. Die omarm ik dan ook met beide armen en ik geniet optimaal van deze rustdagen. Ik heb het even geprobeerd, vijf keer achter elkaar trainen en dan vrij in de weekenden. Dit werkt dus totaal niet voor mij. Dan heb ik geen spruit energie meer over in het weekend en herstel ik nergens van. Daarom maar weer zoals ik het gewend ben 😊

Een andere vraag die ik met regelmaat hoor is of ik nog eens een wedstrijd wil doen. Het antwoord hierop blijf ik voorlopig nog even schuldig. Een shoot sowieso wél want ook dit vond ik supertof om te doen. Maar dan vooral voor later. Als ik oud en grijs ben en bewijsmateriaal zoek voor mijn looks toenertijd 😉. Wat de shoot van vlak voor de wedstrijd betreft: ik heb de fotoooo’s en ze zijn prachtig!

Meet me at the bar 😏

Ik blijf het een aanrader vinden hoor. Foto’s van jezelf laten maken. Want het zijn stuk voor stuk juweeltjes die ik koester en af en toe bekijk. Gewoon omdat het tof is zoiets moois van jezelf te hebben. Daar mag je best trots op zijn en van genieten. Een stukje zelfwaardering noem ik het maar.

Omdat ik alweer ruimschoots over de tweeduizend woorden heen zit en ik van dooie huisdieren uiteindelijk bij de gymshoot beland ben wordt het tijd om er weer een eind aan te breien. Vanmiddag lekker op de bank en misschien een paar koekjes bakken – want daar word ik pas écht gelukkig van 😉 De spits is weer van de week af en er rest mij niets anders dan jullie een prachtige week te wensen en vooral goed op jezelf te passen. Een opgeladen batterijtje is namelijk heel belangrijk. Fijne maandag en tot gauw xxx Paulina