Tombraider

Wanneer is het goed? Wanneer is het goed genoeg? Wanneer kijk je in de spiegel, of denk je aan jezelf en realiseer je je…”ik ben goed”? Ik weet het niet. Het zal ongetwijfeld per dag verschillen maar op de een of de andere manier is het iets wat je continu wilt voelen. Wat je uit wilt stralen.

Ik heb er al wel honderdduizenden woorden aan gespendeerd. Aan mezelf. Aan de dingen die me bezighouden en steeds kom ik tot de conclusie dat ik geen stap vooruit lijk te komen. Of in elk geval kleine stapjes. Een stap vooruit betekent twee stappen terug. Een goed gevoel wat opgevolgd wordt door een naar gevoel. Iets wat je niet goed kunt benoemen maar wat wel zo is. En dat is ruk. Vind ik.

Als er iets is waar ik een hekel aan heb, is dat faalangst. Ik lijk in herhaling te vallen maar fuck it, het is mijn blog dus mag ik schrijven wat ik wil. Faalangst. De angst om ergens in te falen. De angst om iets niet blijken te kunnen wat ik graag wil kunnen. Deze week schreef ik een eyeopener. Eentje waarvan ik dacht: Hey, zo is het!

Faalangst is iets wat zich in je hoofd afspeelt. Het is de angst om iets niet te kunnen. Dat iets je niet lukt. Maar dat geldt alleen voor de dingen die je jezelf oplegt… Want het leven zit tjokvol met dingen die je nooit gaan lukken. En het is ook niet zo dat het geldt voor de dingen die je écht graag wilt, het geldt voor de dingen die je vind dat je moet (kunnen) doen…

Iedereen heeft een bepaald beeld in zijn hoofd van hoe hij of zij graag zou willen zijn. Of zou willen overkomen. Of je je er nou bewust van bent of niet, of je het nou toe wilt geven of niet, je hebt dat in je. Hetzij dat je ‘relaxed’ wilt overkomen, of sportief, of ontwikkeld, of geleerd, rijk, supersociaal, whatever, er is altijd wel iets wat je wilt uitstralen. Zelfs ‘jezelf’ zijn kan daarbij horen. Wat ik overigens ook nog eens de allerbeste zou vinden, maar goed, dat terzijde.

Ik heb dat ook. Er is één ding wat ik supertof zou vinden. Iets wat mijn oude-wijven-hartje sneller zou doen kloppen. Iets wat ik mooi vind om bij een ander te zien, maar ook heel graag zélf wil uitstralen. En dat is (insert tromgeroffel) stoer zijn. Sterk zijn. Onbuigzaam. Bergen verzettend. Onaantastbaar… Maar dat ben ik niet. Ik ben niet onaantastbaar. Ik ben niet de allersterkste en ik ben ook niet stoer. Niet zoals ik me dat voorgesteld had tenminste. En dat, sucks…

Ken je Lara Croft? Dat figuurtje van de films? Nou, zoiets maar dan met kleine tieten. Dat is iets wat kracht uitstraalt. Even in de meest overtrokken versie natuurlijk, dat snap je ook wel. Maar sommige vrouwen hebben het over zich. Een onverschrokken houding, sterke armen en schijt aan de hele wereld lijken te hebben. Volledig hun eigen pad trekkend en recht op hun doel af. Breed geschouderd en sterk als een os. Dat maakt het plaatje compleet.

Terwijl ik dit opschrijf realiseer ik me dat dit wel ontzettend banaal is. heel kinderachtig ook. En heel kortzichtig. Want ik koppel een uiterlijk aan een karakter. Zoals dikke mensen weggezet worden als gezellig of kneuterig. Zo zet ik mijn ‘ideaalbeeld’ weg als slim, sterk en bikkelachtig. Terwijl de meest afgetrainde vrouw haar mond kan openen en jij je afvraagt of het verstand bij haar schepping soms vergeten is.

Het is een beeld wat in je beleving verankerd zit en wat je nastreeft. Het is een ideaal wat je meent te moeten zijn of in elk geval visualiseert om beter te worden. Om jezelf zo te kneden dat dit is wat een ander van jou gaat denken. Wat me brengt op de volgende vraag, wie zegt dat wat JIJ stoer vindt, een ander dat ook vindt? Juist. Niemand. Want een ander kan je er wel als een Boeren Henkie uit vinden zien terwijl jij denkt dat die ader over je biceps kracht en evangelie uitstraalt. Het gaat dus nergens over. Nou ja, over je eigen gebrek aan zelfvertrouwen en inzicht denk ik.

Het is een hele rits aan eisen die ik bij elkaar opsom die me sterk moeten doen lijken. En dan niet alleen fysiek, nee tuurlijk niet. Het is het complete plaatje. Je verschijning. BAM. Daar staat iemand. Daar wil je geen ruzie mee. Zoiets. Maar dan tegelijkertijd wel vriendelijk en sociaal. Zoiets.

Ik weet niet hoe normaal het is dat een 42 jarig iemand dit opschrijft maar ik denk tegelijkertijd dat er best een boel mensen zijn die dit stiekem denken maar niet verwoorden. Misschien omdat het een lulverhaal in je hoofd is waarvan je wel kunt raden wat daar van gevonden wordt. Het is een hallucinatie. Een illusie. Een denkbeeld die je gecreëerd hebt. Een fantasie die niet belichaamd kan worden. Want niemand kan een perfecte versie van zichzelf scheppen.

Soms sta ik voor de spiegel en denk ik: Mwaah, mijn schouders zijn best goed. En mijn armen ook. En hey, mijn rug doet ook lekker mee. Totdat ik mezelf in een training moet optrekken en ik nog geen centimeter van de grond kom. Terwijl ik kwijlend denk aan Lara Croft die aan één arm zwiepend van tak naar tak zwaait. Het is een illusie denk ik dan. Ik líjk misschien wel sterk, maar ik ben zo slap als een dweil. Hang me aan een rek en zeg dat ik me optrek omdat je me anders doodschiet en ik kan mijn crematie maar vast gaan regelen. Dat kán ik gewoon niet. Niet zonder elastiek tenminste. Maar ja, dat mag dan weer niet.

Zoals je in een eerder betoog kon lezen ben ik vijf weken terug begonnen met het uitproberen van een Thai Box les. Super leuk. Het paste exáct bij mijn doelen. Bij hoe ik zo graag wil zijn: stoer (insert optrekkende wenkbrauw). Het wás ook leuk. De warming up tenminste. Wanneer het op vechten aankomt schijt ik bagger. Ik háát het om te slaan of om klappen te incasseren. Ik heb het vijf lessen geprobeerd en kwam tot de conclusie dat ik hiervoor niet in de wieg gelegd ben. Ze mikken op je hoofd, op je benen, op alles wat te raken valt en jij moet leren: je te verdedigen én ook nog eens in de aanval te gaan. Ik kan het niet. En daarmee viel mijn hele plan in duigen. Volledig verwoest. Daar gaat mijn plan om stoer te zijn. Een mietje ben ik. Een bangeschijterd. Bang dat mijn tanden eruit gebeukt worden of dat iemand me tegen mijn neus raakt. En ondertussen de mantra herhalen: “zet je ego opzij want het is niet persoonlijk” werkt dan al hélemaal niet. Ik word er verschrikkelijk opgefokt van. A. omdat ik me niet wil laten slaan en B. omdat ik nul kennis heb om de ander flink te raken. En weet je? Ik wíl een ander ook helemaal niet raken.

En dus ging ik gisteravond met lood in de schoenen naar de trainer om op te biechten dat het niets voor me is. Sorry. Ik ben geen Rocky. Ik ben ook geen Lara Croft. Ik kan me ook niet optrekken en vlieg ook niet over ravijnen. Ik kan me heel goed verwoorden maar niet technisch vechten. Ik kan me best wel opdrukken maar niet met één arm. Als ik een koprol maak lijk ik eerder op een peuter die op zijn smoel rolt dan op een doorgewinterde grondvechttechiek waarmee ik elke boef weer. Het zit er niet in. Vluchten of vechten? Ik vermoed vechten maar het is slechts een idee van iets wat je van tevoren niet kunt inschatten.

Het maakte me mismoedig. En teleurgesteld. Het lijkt alsof je makkelijk de handdoek in de ring gooit, een opgever bent. Dat ben ik niet. Ik ben geen opgever en kies nooit voor de weg van de minste weerstand. En nu ook niet. Ik ben gewoon realistisch. Een vechtsport is niets voor mij. Daarbij moet ik mezelf in allerlei bochten wringen waarbij ik dacht dat ik die kant wel ergens had maar die er niet is. Of die ik misschien bewust niet wil aanboren…

Ik ben er in elk geval wél achter, dat het ontzettend belangrijk is om iets te doen waar je van houdt. En tuurlijk is het zo dat alle begin (van bijna alles) moeilijk is. En dat je ook bijna altijd door een zure appel heen moet bijten voordat het leuk wordt of dat je verbetering ziet. Je moet er zelfs voor uit je comfortzone stappen voordat je kunt proeven van de dingen die voor je weggelegd zijn. Dat ik deelnam aan een groepsles was bijvoorbeeld een enorme overwinning. Dat is allemaal waar.

Maar, wanneer je dingen doet die zo tegen je gevoel indruisen dat je er géén plezier meer aan beleeft moet je je wel achter je oor krabben. Je hoeft niet alles te doen omdat je het jezelf toebedeelt hebt. Je mág stoppen zonder gêne. Je bent geen flapdrol als je iets kiest wat beter aansluit bij wie je bent. En dat muntje moest vallen… al duurde het wel even voordat het op de bodem raakte 😉

Ben ik stoer? Niet zoals het is in mijn ultieme droom. Nou ja, met twee sokken in mijn beha en een workout bij dertig graden voor de zweetplekken in mijn shirt. Maar misschien wordt het tijd om mijn eigen gedachtes en denkbeelden ook een beetje bij te schaven en niet te streven naar een “image”. Uiteindelijk is het slechts de buitenkant waar ik de karaktereigenschappen en talenten aan koppel en zegt het niets over je karakter, over dat wat jou ‘jij’ maakt.

Toen ik deze blog ‘af’ had vond ik het een belachelijk stukje tekst. Heeeeel persoonlijk en heeeeel kinderachtig. Ik zag van tevoren al voor me hoe iemand de tekst las en zich slap lacht om een dusdanig kinderachtige en onvolwassen insteek. Totdat ik hem net hardop aan mezelf voorlas en ik het helemaal niet kinderachtig en onvolwassen vind. Het is eerlijk, het is écht mijn gevoel en het helpt beslist om dingen in perspectief te plaatsen.

Want, we zijn allemaal maar mensen. Mensen met gevoelens, sterktes, zwaktes en dromen die we najagen. Maar voordat ons gevoel en onze faalangst een loopje met ons neemt kan het heel erg helpen om de boel even op een rijtje te zetten. Zodat je zwart op wit kunt lezen hoe de vork werkelijk in de steel zit. En dat werkt niet alleen verfrissend maar ook heel bevrijdend. Eigenlijk best een beetje Lara Crofterig. De held van je eigen verhaal zijn is zo gek nog niet 😉

 

Afbeeldingsresultaat voor quote tomb raider

 

 

 

 

 

 

2 gedachtes over “Tombraider

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s