Hoe ver ik ga voor eco-haar

Haarzeep. Alleen het woord al. Zoals ik in mijn vorige blog schreef, kon je lezen over mijn nieuwe reeks plannen. Ik zit er vol van, eerlijk waar. Vol goede moed en vol energie. Tenminste, in gedachten dan want mijn hormonale maandelijkse perikelen gooien qua energie zo links en rechts wat roet in het eten. Maar, daar heb ik het nu niet over. Dat komt wel in een volgende alinea ;-). Of blog. Eens zien waar dit verhaal toe leidt…

Zoals ik al vertelde ging vorige week na mijn kennismaking met de bio salon,  huiswaarts met mijn blokje haarzeep én een potje Aloë Vera-Redding. Nee dat heet ‘natuurlijk’ niet echt zo(ha, leuke woordspeling) maar dat moet het zijn. Het tracht je haar weer mooi te laten glanzen of whatever, het is in elk geval lekker in het haar. Of nou ja, eigenlijk ook niet, Köhne en Lóreal ruiken echt stukken lekkerder, maar daar gaat het allemaal niet om. Het gaat om de essentie van de Kapper: MOOIER HAAR.

En u kent mij inmiddels, Als ik iets doe, doe ik het graag goed. Aaallll zhe way. Tot. Het. Gaatje. En dus heb ik de chemische shampoo afgezworen om te ontdekken wat er met mijn haardos gebeurt indien ik mijn haar niet langer blootstel aan genoemde (chemische) zooi. In het vervolg wordt het zooi van een heel andere orde…

Het avontuur is begonnen. Vorige week woensdag (toen had ik het voor het laatst gewassen met mijn eigen shampoo) kreeg ik de zeep en Aloë Vera crème mee. Ik heb het haarwassen nog een paar dagen uitgesteld en sprong op zaterdag de shower in. Bewapend met kaasschaaf en blok zeep. Ik schaafde en schaafde en stapte met de krullen zeep onder de douche. Haar nat maken, inmasseren en uitspoelen. Beetje crème van de wonderplant erdoor en soppen maar. Mijn oksels dus, want dat goedje moest eerst een hele minuut intrekken.

Net lang genoeg om mijn oksels te trimmen. De rest van mijn harige lijf moest wachten tot ná de wasbeurt. Zo lang is één minuut nou ook weer niet. Ik spoelde en spoelde en dacht dat het klaar was. Ik had álle stappen doorlopen en stapte trots de douche uit. Wat voelt het toch heerlijk om goed bezig te zijn dacht ik nog. Fijn zeg. Biologisch. Nog even en ik draag grijze wollen sokken. En thee met honing. O nee, dat doe ik al.

Enfin, ik nam de fohn ter hand omdat mijn haar zeiknat was. Zelfs met een handdoekje eromheen gewikkeld duurde het wachten lang. Te lang naar mijn idee. En omdat ik meer te doen heb dan te wachten totdat mijn haar droog is slingerde ik het apparaat aan en trakteerde mezelf op de warme wind des haarföhnens. Ik draaide het op een knotje en dat was het. Niks bijzonders aan te zien. Of te voelen.

De dag erna viel me nog niet zo bjusterbaarlik veel aan mijn haar op. Het was niet superzacht ofzo, maar ja, misschien was dat wel heel natuurlijk. Kwam dat omdat ik de eerste lichting vergif er al uit had gespoeld. Ja kijk, ik ben nooit een oermens geweest (voor zover ik me herinner) dus kan ik onmogelijk oordelen hoe je haar in díe tijd gevoeld moet hebben; zo puur en zo ecologisch gespoeld met water uit het meertje op de hoek.

Maar de dagen verstreken. En ik voelde om de haverklap aan mijn lokken. Lekker voelden ze niet. En dus besloot ik het op dinsdagavond wéér te gaan wassen. Ik vond dat de tijd ertussen lang genoeg geweest was. Dit keer raspte ik de zeep omdat ik dacht dat het dan makkelijker oploste tijdens het opschuimen. Op woensdagochtend trok ik het opgekrulde pruikje haar los (dat zit ’s nachts namelijk altijd vastgeknoopt omdat ik niet van haar in mijn mond houd midden in de nacht. Overdag ook niet btw) en och, och, och, wát een bos. Vet haar.vet haar

O My f*cking hemel. Dit leek niet goed. Nóg vetter. Nóg stugger. Ik hoopte dat het gewoon glanzend was maar dit was het niet. Ik sharede een foto op het wereldwijde web en zocht naar steun. Gelukkig ontving ik die ook. Ik monterde weer helemaal op. Een afzichtelijk plaatje, dat wel. Make-up loos en ‘wal-plus’ zeg maar, maar ja, je hoeft het ook niet mooier te maken dan het is natuurlijk. Anders is het niet meer realistisch. En ach, de groep is toch besloten. Wel zo comfy.

En dus aanschouwde iedereen de resultaten na deze tweede wasbeurt. Halverwege de ochtend besloot ik eens te gaan Googlen. Hoera voor Google and his friends. I’m definately one of them (insert happy face). Ik belandde hoe is het mogelijk op de site van de zeepmaker himself. Degene die de zeep produceert waarmee ik mijn lokjes had gewassen. Geschaafd, geraspt: alles had ik al geprobeerd.

Mijn verbazing was dan ook groot toen ik bij de probleem-oplossing-sectie aankwam. Want kijk, met zeep wassen kan goed. Heel goed zelfs. Er zit inderdaad geen troep of niks in. Maaaaaarrrr, dan moet je wel zorgen dat je nadien iets in je haar smeert wat ervoor zorgt dat je haar niet zo vet als een slak blijft. Wat je er in moest smeren en waar je het mee moest spoelen? Natuurazijn of appelazijn… say whaaat???

Het is namelijk zo. In de ‘normale’ shampoo zit al een ingrediënt die de zeepresten uit het haar verwijdert. Die zorgt dat dat goedje zich niet aan je (behandelde en dus ruwe) haar hecht. Wanneer je een natuurlijk product gebruikt moet je dat er zélf aan toevoegen. Doe je dat niet, dan is de kans zeer groot dat je een opstapeling van vet in je haar krijgt, wasbeurt na wasbeurt. En dan krijg je zoals ik al na twee wasbeurten: haar wat keurig rechtop blijft staan.

Ik dook de kelderskast van mijn moeder in tijdens de koffiepauze en stoof de trap op. Dat moest dus gewoon anders. Vol enthousiasme begon ik te spoelen en gooide een halve litermaat natuurazijn over mijn hoofd. Nou riekt dit al niet naar viooltjes, maar ja, een mens moet wat. Het was in mijn beleving makkelijker geweest wanneer ik een gewone fles Andrélon op mijn kop had leeggeknepen maar ja, dan verknalde ik deze hele week met ehm ja, shampoo uit een flesje.

Ik spoelde het weer uit en droogde mijn haar weer. Again. Dit keer met een klein rotföhntje omdat mijn moeder niet groter heeft. Kolere ding. Oppassen dat je haar er niet ín vliegt zo’n zuigkracht had het rakkertje. Anyway, ik wikkelde weer een handdoek om het haar en verbeelde me dat het inderdaad iets zachter was geworden. Het hielp dus wat ze schreven.

Gisteravond ging ik naar mijn vriendinnetje. Superleuk natuurijk maar niet met dit haar. Het zat gewoon op vliegen en het voelde alsof er een pakje boter op mijn kruin lag. Nog steeds voelde het vettig aan al was het wel een klein beetje beter geworden. Bovendien stonk ik nog steeds zurig. Arme medesporters gistermiddag. Maar goed dat het er zo rustig was… En dus besloot ik nóg een poging te wagen. Wederom zónder de zeep, maar mét azijn. Appelazijn in dit geval. En dit beste mensen, zal me de rest van mijn biologische gehaarwas wel altijd blijven heugen.

Terwijl ik reeds in de douche stond te spoelen (alweeeeer) riep ik of mijn wederhelft mij de azijn even wilde overhandigen. Met een litermaatje erbij (my God, het wordt ook steeds ingewikkelder douchen: kaasschaaf, kaasrasp, litermaat…) Die vond hij niet. Het enige wat hij kon vinden was een flesje appelazijn van de vorige eeuw #wiewatbewaartheeftwat…

Ik was allang blij dat er nog íets zuurs in huis te vinden was en griste het flesje uit zijn handen. Er zat voorheen 750 ml. In de fles. Ik gok dat er nu nog zo’n 400 in zat. Terwijl ik de dop eraf haalde viel ik bijna van mijn graat. Wat een putlucht!! Serieus, het was niet te harden. Ik keek achterop en las dat wanneer het product zou gaan schiften dit een natuurlijk proces was en de appelazijn niet bedorven was.

Nou vooruit dan maar, ik dronk het tenslotte niet op… Ik lengde het inmiddels donkerrode goedje aan met water en schudde de fles een beetje. Ik hield mijn hoofd wat achterover en goot de fles leeg over mijn vette haar. Ik denk dat ik gek ben. Wie in Godesnaam bedenkt om een fles bedorven appelazijn op zijn hoofd leeg te kieperen alleen omdat ze de biologische vrouw uit wil hangen. Ik dus.

Kokhalzend en bijna flauwgevallen drupte me tot overmaat van ramp ook nog van die zooi in de ogen. “let op dat u uw ogen goed sluit anders kan het flink prikken…” had ik nog op de site gelezen. Gut, je meent het. Nou het prikt dus. Azijn in je vreet. En in je ogen. Alsof je een fles rode wijn over jezelf heen giet. Maar dan eentje die al een jaar open in de kast staat te meuren.

Maar goed. Al het leed geleden stapte ik verdorie met zacht haar de douche uit. Met zacht haar! En dat is best lekker wanneer je een week lang in vet haar hebt staan graaien.

Appelazijn is dus het sleutelwoord. En dus hebben we weer een drempel overwonnen. Volgende week donderdag is het zover en word ik biologisch onder handen genomen. En eigenlijk vind ik mezelf wel kei-stoer dat ik tot nu toe alles probeerde en niet automatisch naar een fles schuim greep. We gaan stug door. De aanhouder wint. Mijn haartjes zijn weer een flink stuk zachter én glanzender en niet omdat ze stijf van het vet staan óf omhuld zijn met een of ander onnatuurlijk goedje.

What doesn’t kill you(r hair) makes you(r hair) stronger…”

Wish me luck… Op naar de volgende ronde 🙂

Bestand 24-11-17 10 52 35

voor de duidelijkheid: er is een keer gespoeld met natuurazijn én een keer met appelazijn

Een gedachte over “Hoe ver ik ga voor eco-haar

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s