Hoera: Biologisch ontmaagd haar

YDFW6486

spoelen met appelazijn: dan gebeurt er dit 🙂 !

Het is gebeurd. Het orakel is geschied. Mijn haar. Het is biologisch ontmaagd. Een avontuur op zich kan ik je vertellen en ik zal proberen dit bijzondere en heuglijke avontuur met u allen te delen.

Het begon allemaal een aantal maanden geleden. Toen ik vond dat mijn haartjes niet meer blij op mijn hoofd stonden, lagen of hingen. Ze waren dof en blond. Iets té blond. En te vaak hadden ze een verfbad op hun dak gehad. De laatste blondeerbeurt had achteraf niet gemoeten. Al was het alleen maar omdat mijn hartje diep van binnen sneller klopt van donker haar dan van een blonde bos.

Maar wellicht komt dit van mijn ‘op handen zijnde overgangs-leeftijd’… Wie zal het zeggen.

Bijna dagelijks reed ik snuivend langs de bio-salon op de hoek. Giechelig ook vooral, want in vredesnaam, wáárom zou je naar een biologische kapsalon gaan? Wat voegt dat nou toe (aan je haardos)? Ja, misschien degenen die het fijn zouden vinden hun halve vermogen op de toonbank te kieperen. Hoewel ik het fijne ervan niet wist, wist ik wel dat het hoogstwaarschijnlijk niets voor mij zou zijn. Hoe anders zou het lopen…

Het feit dat ik niet langer heel blij werd van mijn treurige haardos gecombineerd met

IMG_0748

na het kammen en drogen: mijn nog blonde dosje

mijn vooroordeel over de biologische haarsalon deed de harige schoen wringen. Maar met twee verdwenen kapsters van de salon waar ik al jaren kwam en een onbestemd nieuwsgierig haargevoel, besloot ik verder te kijken dan mijn sproeterige neus lang was. Ik zocht wat rond op het internet, besprak het uitentreuren met mijn moedertje en drukte de toetsen van mijn mobiel in richting de website van Puur Couleur. Met als doel: een gezonde bos haar.

Wat mij verder nog te wachten stond was nog onduidelijk. Ik stelde en kort en bondig (huh kort en bondig? Kan ik dat dan??) stukje tekst op over mijn haarbos en wachtte het antwoord af. Al gauw werd ik gebeld naar aanleiding van mijn mailtje. Ik sprak een week later met haar af om mijn en haar gedachten op elkaar af te stemmen.

Zenuwachtig was ik er van. Niet in de laatste plaats omdat het gaan naar een kapsalon waar je nog nooit geweest bent die óók nog eens een ietwat bijzondere manier van werken heeft, best nog wel een dingetje is. Je wilt je vertrouwde kapster niet afvallen en je sterft duizend doden over deze nieuwe, alternatieve, ‘gezonde’ en vooral onbekende manier van verven en behandelen.

Ik ging, kwam en het was duidelijk: dit ging ik gewoon proberen. Wie niet waagt die niet wint. Helaas was het niet zo eenvoudig als bij de huis-tuin-en keuken kapsalon waar je na één telefoontje redelijk snel aan de beurt bent. Neen, deze vlieger ging niet op. Dit was serieus werk en moest ingepland worden. Bovendien was mijn haarbos nog te erg onder invoed van chemische shampoos (dat is dus een gewone shampoo want serieus bijna álle shampoo’s zijn chemisch) en dat moest eerst geëlimineerd worden.

Bewapend met een schijterig stukje zeep en een potje Aloe Vera creme (huisgemaakt) trad ik ten strijde. Op weg naar een glanzende haarbos. Maar gruwel, wat een ellende die zeep. Geschaafd, geraspt en uiteindelijk maar met het hele stuk zeep in de weer geweest. Glibberig, korrelig en smutzerig. Alle varianten passeerden de revue. Met als toetje een spoeling van appelazijn. En dát lieve mensen, is op zijn zachtst gezegd een behoorlijk verrassend product. Eentje die niet doet wat je denkt. Eentje die stinkt als een malle, die je bijna kotsend naar het hiernamaals helpt maar je haar transformeert tot een uiterst zacht en doorkambaar bosje stro eh, haar.

Ik zal je de details van mijn haardrama’s besparen (die staan uitgebreid in een vorige blog)  maar jeeeetje, de laatste keer dat ik het ermee spoelde was echt een stuk taart met slingers waard. Eíndelijk was het fatsoenlijk. Eindelijk was het niet meer vettig en eindelijk zat het weer goed. Drie maal scheepsrecht was dit keer dus ook écht zo.

Vorige week zondag waste ik voor de laatste keer mijn haar alvorens ik richting mijn afspraak reed. Donderdag. Donderdag 30 november zouden mijn lokjes versierd worden met alles waar ze niet eerder mee in aanraking waren gekomen: bloemen en planten, kruiden en jawel, azijn (again!)

De kapster vroeg me eerst wát ik er precies van verwachtte. Nou, dat was niet zo moeilijk: niets. Ik verwachte eigenlijk niets. Juist omdat dit de allereerste keer was. En omdat dit iets is waar je eigenlijk nog maar heel weinig over hoort of leest op het internet of radio en tv. Ik zat er als een blanco velletje, klaar om ingesmeerd te worden door een of ander mysterieus kruidenbrouwsel. Kom. Maar. Op. Zeg ik…

And so it happened. Eerst werd mijn haar geknipt. Omdat het ‘niet’wassen met mijn vertrouwde shampoo mijn haren al een enorme boost had gegeven (alle ellende had dus een doel gediend 😉 ) floepte de kam én de schaar als een vlijmscherp mes door de plukken heen. Al gauw waren de puntjes weer mooi en vlogen de plukken links en rechts om me heen en op de grond. Klaar. OP naar de volgende etappe: de wasbak…

Vervolgens werden mijn haren gewassen omdat de verf in nat haar gezet moet worden.Een plantenkleuring reageert namelijk op vocht en warmte en werkt dus niet (goed) op droog haar. Ik nam na het knippen plaats bij de wasbak en het feest kon beginnen. Een shampootje nam bezit van mijn haren en al gauw was ik klaar voor de volgende stap: le couleur…

thumbnail_DSCN2201

kliederklei op’e kop…

De kapster mengde verschillende soorten planten en kruiden bij elkaar en kwam met twee bijzonder gore papjes weer tevoorschijn. De één was bruin en drekkerig, de ander roderig (is dat eigenijk wel een kleur??) Waar ik bij de gebruikelijke salon vol in de aluminiumfolie gezet werd en mijn haar middels een ‘weef’ manier gekleurd wordt, ging dit best een stuk sneller. De kwast kwam ter hand en er werd lustig op los gekliederd. Net zolang totdat mijn hele hoofd als een modderschuit volgesmeerd was en de schaaltjes leeg waren en ik tussendoor een paar schattige selfies maakte om dit alles te vereeuwigen.

Vervolgens kwam er een plastic badmutsje op mijn hoofd en mocht ik onder een straalkacheltje die op mijn hoofd gericht stond Geen droogkap. Vraag me niet waarom. Ik kreeg nog een kopje (kruiden)thee en een tijdschriftje en de tijd tikte langzaam voorbij terwijl Ilse de Lange op de achtergrond haar deuntje zong.

IMG_0974

met de badmuts op

Ik kan je oprecht niet zeggen hoe lang de kleuring heeft gezeten. Omdat het op mijn hoofd net een broeinestje werd zat ik daar alleen maar relaxed met een warm hoofd, rode wangen, mijn kopje thee en mijn boekje. Net zolang totdat het klaar was om uitgespoeld te worden.

Na enige tijd was het zover. De kleurdrap mocht het haar weer verlaten. Ze spoelde, spoelde en spoelde (met lauwwarm water) en waste het niet meer. Dit omdat de kleur nog langer doorwerkt naarmate het blijft zitten en je het haar niet wast. Ik was bloednieuwsgierig omdat ik zoals ik al zei geen verwachtingen had. Het enige wat ik wél zeker wist was dat een plantenkleuring niet in staat is om blond haar in één keer weer donker te krijgen. Daarvoor is de verf niet sterk genoeg. Alleen een chemische goedje kan daarvoor zorgen. En daar had ik niet voor gekozen dus moest ik genoegen nemen met meerdere behandelingen.

Echter, de verf had verrassend goed gepakt en mijn blonde lokken waren niet langer wit. Nu waren ze goudkleurig met een rode zweem. Ik kan het bijna niet uitleggen. De verandering is namelijk absoluut niet drastisch. Het is niet een radicale verandering. Eerder een verzachting van het gelaat en van de haren.

Ik zat voor de eerste keer in mijn leven met bijna geen make-up op in de stoel omdat ik wilde zien hoe ik eruit zag met de nieuwe kleur en mijn neutrale blote gezicht. Een kapsel wordt namelijk makkelijk beïnvloedt door je make-up. En ik hoopte van tevorenIMG_E1037 heel hard, dat ik met plezier naar mijn gezicht kon kijken met bijpassend haar. En niet andersom: mooi haar met een opgeverfd gezicht om de boel te laten matchen. Deze missie was geslaagd. De kleur was warm en mijn gezicht ook. Met bril, zonder bril, met make-up en zonder poederkwast.

Nu zul je je misschien afvragen: “Hoe rook je haar?” Tsja. Wat voor antwoord zal ik daar nou eens op geven. Tot vanochtend wist ik het namelijk niet. Het is namelijk best moeilijk geuren te herkennen of te identificeren die je normaliter nooit opsnuift, tenzij je zondags in een Boeddhistische tempel verblijft. Een eigenaardig kruiderig luchtje die je in elk geval niet in een standaard kapsalon zult aantreffen. Vanochtend meende ik het te herkennen: zoethout. Maar volgens mij is dat nou net iets wat er nou net niet door het kruidenmengsel heenzat…

Het haarwassen met een blokje zeep gaat gewoon door, net zoals het spoelen met azijn. Ik moet bekennen dat het wassen met een fles shampoo fijner is. Minder gedoe. Maar ik geloof ook dat dit een lange termijn oplossing is. Mijn haren zijn na deze twee en halve week al voller en zachter. Nu al! Dat is toch alleen maar super? Gelukkig heb ik er een crèmepje bij gekocht die de geur van de appelazijn doet vervliegen. Helemaal een die-hard ben ik dus niet…

Over zo’n vijf á zes weken ga ik weer en krijg ik de tweede behandeling. Ik hoop dat het lukt om de kleur dan een stuk dieper te krijgen en donkerder. Maar ik vind het ook wel fijn dat de overgang van blond naar donkerder nu geleidelijker gaat. Van blond naar donkerbruin of andersom is best een hele ommezwaai. En zo radicaal is nou eenmaal moeilijker wennen in de spiegel dan wanneer dit in iets subtielere stappen gaat.

Het allermooist vind ik dat ik nu weet dat ik geen zooi meer op mijn hoofd smeer. Er zijn zoveel dingen die je eigenlijk op de automatische piloot doet en waarbij je je niet realiseert wát je eigenlijk gebruikt, eet of smeert. Maar we hebben maar één lichaam en daar moeten we zuinig op zijn.

Dat ik degene ben die nu niet langer langs die bio salon rijdt maar erin plaatsneemt vind ik best bijzonder. Hoe verrassend is het dat het nog goed voelt ook en dat mijn haren er goed op reageren. De drang om dit ook verder door te trekken is sterk aanwezig. Lief zijn voor jezelf, je lijf wat meer waarderen en er goed voor zorgen: voor de binnen- en de buitenkant. Het mag een wonder heten dat ik nog geen geitenwollen sokken draag 😉

Deze salon is absoluut niet beter dan de reguliere salon. En andersom ook niet. Het is alleen een manier van werken en verzorgen die me op dit moment meer aanspreekt dan de manier die ik gewend ben. De regulier verzorgingsmiddelen zullen je misschien niet één, twee drie irriteren of ziek maken, maar het gevoel nu iets te gebruiken wat ik in principe ook in mijn mond zou kunnen steken geeft wel een fijn gevoel.

Het startschot is gegeven. Klaar voor een knallende bos haar 😉

IMG_E1065

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s