Ik geniet

Ik open mijn ogen en aanschouw

En snuif mijn neus eens diep

Ik ruik de zee, de wind

De warmte, de regen

Of juist de kou

De seizoenen, ik geniet


Kijk naar de bomen

Kijk naar de lucht

De zon, de sterren, de maan

Ik voel de kou hangt om me heen

De vogels in hun vlucht

de vorst komt er snel aan


‘k lig in het gras

En pluk een bloem

’t Is een juweel gelijk

Ik rijg en rijg ze aan elkaar

En voel me stinkend rijk

Alsof ik koning was


‘k zit zit op een graf

versierd met glas

Aanschouwde zon die schijnt

Dwars door een scherfje heen

Het lijkt misschien van buitenaf

Of ik daar niet mag zijn


Maar da’s mijn jeugd

Een pril begin

mijn fundament vooral

Symbool voor mijn herinnering

Aan wat het leven kleurt

Aan wat nog komen zal


Die scherven op de graven

Madeliefjes rondom

Flikkerend onder de stralen

Een narcis nog in zijn knop

Pinksterbloemen plukken

Gewoon omdat dat kon


Ik open mijn ogen en aanschouw

En snuif mijn neus eens diep

Ik ruik de zee, de wind

De warmte, de regen

Of juist de kou

Het is het vandaag

en ik geniet

hiaure
Het kerkje waarnaast en waarachter de eerste elf jaar van mijn jeugd zich afspeelden en waar ik later trouwde.