Patience is the only remedy

patienceVerdrietig zijn. Neerslachtig zijn. Het overkomt ons allemaal, vroeg of laat. Allemaal krijgen we een portie voor de kiezen waarmee we moeten dealen. Een burn out heb ik nog nooit gehad. Ik heb wel eens een lange tijd onrustigheid en een gedeprimeerd gevoel ervaren wat overheerste. Een nare tijd was dat. Eentje waarbij je grip op de zaak lijkt te verliezen. En een gevoel van onmacht en niet weten hoe je bal gaat rollen is voor mij een últiem ingrediënt om gedeprimeerd te raken.

Vaak genoeg lees ik over ‘overspannen’ zijn of de inmiddels alom bekende ‘burn out’. Wanneer ik hierover lees of hoor weet ik niet wat ik hoor. Want een burn out schijnt nog vele malen erger dan een dip of neerslachtig zijn. Je kunt er letterlijk niets meer van. Je zit waar je zit en er komt je niets meer uit handen.

Afgrijselijk lijkt het me. Echt afgrijselijk. Gelukkig heb ik dit gevoel zelf nog nooit ervaren. Tot voor kort niemand (bewust)  in mijn nabije omgeving. Maar zoals bijna alles in het leven, komt ook dit opeens heel dichtbij. Iemand van wie ik dacht dat hij onverwoestbaar was. Iemand die mega flexibel is, iemand die veerkrachtig is en tegelijkertijd zo onbuigzaam als ijzer. Zo sterk als een beer en niet klein te krijgen. Tuurlijk, het is een man dus hij mekkert al bij een griepje, maar dit keer, dit keer is het mis.

Hij is gediagnosticeerd met kanker. Het goede nieuws is dat het heel goed te behandelen is. Hij gaat een traject in die er goed uitziet. Zwaar genoeg, maar wel met uitzicht op volledig herstel. Per ongeluk is de ziekte op het spoor gekomen en in nog zo’n dusdanig stadium dat er nog geen hinder van ondervonden werd. Maar het zat er wel, en het moet er weer weg.

En daar zit hij nu dan. Volledig uitgeblust. In één keer. Poef. Weg superpowers. Weg energie. In een keer leeggezogen. Hij is bijna 73 en vol levenslust. Hij werkt nog met ons mee, heeft het altijd druk en zit nog geen tien tellen stil. Hij leeft zijn leven en geniet met volle teugen. Tot een paar weken geleden toen de arts hem het nieuws vertelde. het negatieve overstemt het positieve. Het ziek zijn doet het uitzicht op beter zijn teniet.

Slapen en mokken is zijn grootste bezigheid geworden en er is nog met geen enkele behandeling gestart; dat gebeurt binnenkort. Maar de gedachte ‘ziek zijn’ en de angst om wat er gaat komen heeft hem lamgeslagen. Mijn broer begrijpt het volledig. Mijn moeder ook. En ik? Ik voel me schuldig dat ik het niet allemaal begrijp. Maar ik lijk dan ook het meeste op hem vrees ik.

Toen mijn moeder jaren geleden ziek werd (baarmoederhalskanker) was hij degene die zei; “niet zeuren je wordt toch weer beter? Het is weggehaald dus nu is het klaar.” Ik heb dat altijd belachelijk gevonden. Hoe kon hij dat nou zeggen? Hoe kon hij dat nou ook maar denken? Er komt zoveel bij kijken dat is niet opgelost met een kuurtje, een operatie of een therapietje. Het heeft een gigantische impact. En dat zeggende schaam ik me diep dat ik óók dacht: “ach pa, het is gelukkig het beste van het slechtste; je gaat weer beter worden. De dokter zegt dat je de meest milde vorm gekregen hebt en die halen ze ‘even’ weg…”

Maar zo eenvoudig is het niet. En dat zie ik nu ook. Het enige wat is blijven hangen is: ziek zijn. Ziek zijn. Ziek zijn. Kanker. Kanker. Kanker. Alleen het woord uitspreken maakt je al beroerd. Wie in Godsnaam krijgt nou kanker? Nou, bijna iedereen wordt uiteindelijk een keer getroffen. Misschien ikzelf ook wel. Waarschijnlijk ikzelf ook op een dag. En hoe zal ik er dan in staan? Ben ik dan blij wanneer de dokter zegt: “het is bijna 90% dat je herstelt“ Ik denk het niet…

Niet omdát je daar niet blij van wordt, wel omdat de angst overschaduwt. En de onmacht. En de verontwaardiging. En de verbazing; je voelde niks en verdorie toch bleek je ziek. En wat komt er nog meer? Is dit écht alleen dat wat er is? Komt er geen verassing nadien…?

Al deze vragen zorgen voor een overmeesterende mineurstemming. Eentje die hem van rechtop lopende oud marinier maakt tot een voorovergebogen vermoeide man die nergens meer zin in heeft en hem niets meer smaakt. Van de een op de andere dag. Boem. En ik? Ik sta erbij en ik kijk erna. Ik snap er niets van. Ik kan me amper verplaatsen in het gevoel wat hij moet hebben. Het komt misschien te dichtbij. En sommige dingen kún je je gewoon ook niet voorstellen tenzij je het zelf ook beleeft hebt of ervaren hebt.

Maar inleven of niet, me verplaatsen of niet; het verandert niets aan de situatie zoals hij is. Hij voelt zich klote en dat zal voorlopig ook nog zo blijven. Het enige wat ik weet is dat ik toch wel van hem hou. Of hij zich nou leuk, grappig, opgewekt, verdrietig of bezorgd voelt. Of hij nou energiek, vermoeid, stoer of blij is. Het is mijn vader. Hij is hij, en ik ben ik. Met al onze mooie en minder mooie kanten, mooie en minder mooie levensgebeurtenissen.

We kunnen niet anders dan het over ons heen laten komen. We gaan het wel zien. Langzaamaan kan ik me wat meer voorstellen hoe je je moet voelen wanneer je overspannen bent. Of een burn out hebt. Of lamgeslagen bent. Dan voel je je niets. Dat denk ik tenminste. En begrip van je omgeving is wellicht een van de moeilijkste dingen die je zult vinden. De kans om een postcodekanjer te winnen lijkt me bijna nog groter. Omdat het als buitenstaander bijna onmogelijk is een gevoel te kunnen begrijpen tenzij je hetzelfde beleefde. Dit is geen onwil; het is een (menselijk) gebrek denk ik.

Ellendig is het wel. Ziek zijn is prima, hartstikke sneu en jammer, als het maar niet te lang duurt. Als iemand maar niet een stumper wordt. Als iemand maar niet te verdrietig doet enzo, want dat is ook weer zowat. Hoe moet je daar nou mee omgaan? Nou gewoon. Mee omgaan. Zoals het is. Niet meer en niet minder. Want zolang we ons niet kunnen inleven kunnen we er al helemaal geen oordeel over vellen.

Hoe iemand zich voelt is niet aan ons te beoordelen en veroordelen. Al denk je soms ‘vooruit, de kop d’r weer voor’, dan zal dit slechts gebeuren wanneer diegene er aan toe is. Hoe zonde je dat ook vindt en hoezeer je ook op die ‘forward-button’ wilt drukken.

Die kop krijgt hij er vast wel weer voor. Er zit teveel vuur in hem om zomaar te doven. Maar het heeft tijd nodig om weer op te laaien. En hoe graag ik dit het liefste zelf ontsteek, ik zal geduld moeten hebben. Patience is our only remedy.

2 gedachtes over “Patience is the only remedy

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s