Puppyles

We hebben een hond. En niet zomaar een hond, nee een hele lieverd. Maar ook, een zsa zsaenkelvretertje, een kwispelende energievreter en een … PUP.

Het mag al een wonder heten dat we überhaupt een hond hebben want ik heb het lange tijd ontkend een hond te willen. Mijn ouders hadden er eentje en dat was meer dan zat. Al dat haar, het ge-oppas, het uitlaten, alle rimram eromheen; laat maar zitten.

We hebben een kat van ruim twintig jaar, daarover is al genoeg geschreven en dat was wat mij betrof wel voldoende. Een paar guppies maakten ons leven compleet; vooral toen ze er uiteindelijk niet meer waren. Wat een drukte zeg die vissen. Helemaal wanneer je een poetsmiep bent en niet van vieze glazen houdt. Maar een aquarium is namelijk van glas. Helemaal van glas. En daarop zie je werkelijk alles: algen bijvoorbeeld. En babyslakjes. En alles daartussenin.

Enfin, de vissen zijn exit, de kat is al oud en de hondengedachte liet me niet meer los. Een jaar geleden besloot ik daarom contact te zoeken met een fokker en het hele zwangerschapsproces werd in werking gezet. Er waren puppies maar niet één voor ons. Helaas. We stonden op de reserve lijst en moesten geduld hebben.

Een paar maanden later werd een ander hondje zwanger. En ja hoor, dit keer kwamen we wél in aanmerking voor een baby-viervoeter die blaft. We werden overal van op de hoogte gehouden wat inhield dat ik wist wanneer ze gedekt ging worden, hoe dat gegaan was (ja echt, zó romantisch…), of ze zwanger bleek d.m.v. een echo tot en met haar zwangere buikje. Ik voelde nog net zélf niet zwanger.

En daar opeens waren ze geboren: zes stuks piepende diertjes met roze neusjes. Want dat hebben ze. Twee weken lang. Daarna zijn ze zwart verkleurd 😉 Na vier weken mochten we komen op kraambezoek. Naar de andere kant van het land want ze woonden in Roosendaal en wij in Friesland. Dit was dus een heuse wereldreis; alles om onze kleine baby te bewonderen. Of nou ja, wij wisten nog niet welke ons toebedeeld zou worden dus geduld was geboden en we vonden ze allemaal stuk voor stuk übercute.

Toen ze acht weken was haalden we haar op; we wisten inmiddels welke van ons zou worden en alles werd in huis gehaald om het diertje een fijn onderkomen te bieden. Na een kop koffie en een stukje chocolade ging ze met ons mee naar huis: daar waar ze hopelijk nog heel veel jaartjes mag slijten.

De puppycursus was al geregeld. Omdat ik trotse eigenaar ben geworden van een Jack Russel terriër pup, is het zaak het dier enigszins christelijk op te voeden. Ze staan namelijk bekend om hun overmoedige en sterke karakter dus leek het me handig om in elk geval de basisbeginselen onder de knie te krijgen.

En dus ging ik twee weken geleden met de hond aan de lijn richting de hondenschool. Nou, het was me een feestje hoor… Ik was vergeten hoe het er op een ‘school’ aan toe ging. Dat er meerdere leerlingen in een klas zitten enzo. En dat er altijd leerlingen zijn die de beste, de mooiste, de knapste en de slimste willen zijn.

Zo ontmoette ik al relatief snel Juffie Swiffer. “Ik heb in haar paspoortje gezet dat ze hoogbegaafd is!!” kirde ze uit. O gruwel, het is er zo eentje hoorde ik mezelf zeggen terwijl ik na de auto sjokte om poepzakjes uit mijn tas te vissen. Want hoe leuk is het om aan te komen terwijl je de mail niet gelezen hebt waarin stond wat je allemaal bij je moest hebben…? Gelukkig kreeg ik er eentje van de echtgenoot van Juffie Swiffer. Een zakje die heerlijk riekte naar bloemetjes en babybilletjes. Deze mensen waren duidelijk goed voorbereid. Beter dan mij in elk geval.

Juffie Swiffer was veel en graag aan het woord en bestookte de hondenjuf met duizend en een vragen. Deze werden met liefde beantwoord. Alleen liep de les uiteindelijk een tikkeltje uit omdat ze niet kon beslissen of ze wél of niet met de hond in de auto zou stappen met de tropisch verwachtte temperaturen en ze ook niet wist of haar snoepje wel een rustig plekje kon krijgen bij de visite waar ze zouden verblijven. Wat een drama. Wat een dilemma’s. Uiteindelijk wist zelfs de hondenjuf geen oplossing meer te verzinnen voor deze penibele situaties.

Tijdens deze eerste les kregen we de opdracht een ‘beloningswoord’ te bedenken die we elke keer wanneer de pup iets lekkers krijgt moeten noemen. Dat moest een origineel woord zijn omdat je de meeste woorden al in je dagelijkse conversaties verwerkt. Als je niet oppaste zocht je dan een woord uit dat je te pas en te onpas inzet en de hond dus constant denkt dat hij wat lekkers krijgt.

Het woordje “Yes” leek me wel geschikt (afgekeken van de hondenjuf). Ik grapte dat ik dan wel moest opletten wanneer ik een spelletje op mijn telefoon speelde; dit omdat ik altijd “YES” gil wanneer ik een level verder geraak waarbij ik het hoofd gebroken heb over de oplossing. “Nou, dan hoop ik voor jou dat je niet de hele dag achter je telefoon spelletjes doet” riep juffie Swiffer me hilarisch toe. Ik vond het niet hilarisch. Eerder ‘hi-rritant’ ☹ dat er weer een typetje in de klas zat die zich werkelijk óveral in mengde en haar mening niet onder stoelen of banken stak.

Afgelopen vrijdag was het weer zo ver. Om zeven uur moesten we er zijn en omdat het regende werd de les binnen gehouden. Voordat de les begon snuffelde Zsa Zsa vrolijk rond en was nieuwsgierig naar de andere pups. “Ooooh nou weet ik waar de hond van Tjutske haar vreselijk drukke gedrag vandaan heeft!! Dat is ook zo’n Jack Russel” gilde juffie Swiffer. Ik trok een wenkbrauw op; mijn hond deed niets anders dan de andere honden dus ik begreep de opmerking niet echt.

“Wat voor hond hebben jullie eigenlijk?” vroeg ik aan haar. “Een Sjiezoe” antwoordde juffie Swiffer smalend van trots. “Een Shih tzu” verbeterde ik haar (ja kijk je moet me niet gaan uitlokken natuurlijk…) “jazeker, een raszuivere!!”brieste haar trotse wederhelft. ‘Nou een prachtig hondje hoor…” en we gingen naar binnen alwaar de les begon.

De raszuivere Sjiezoe pieste al bij binnenkomst direct op de mat en haar trotse baasje vond het wel een heel ‘flink plasje’. De hondenjuf vond het iets minder flink en verzocht juffie Swiffer nadrukkelijk de hond vooral niet te gaan belonen en de hond alsnog even naar buiten te laten. Nou ja zeg, en het was nog wel zo’n keurig plasje… Juffie Swiffer nam de hond mee naar buiten en haar echtgenoot volgde haar met versnelde pas en een hand vol geurende poepzakjes. Je wist tenslotte maar nooit.

Zsa Zsa en een andere hond mochten naar voren komen. We moesten ‘zit’ oefenen. Het ging prima. Ze deed wat ze moest doen en ik had een tas vol versnaperingen bij me zodat ik haar rijkelijk kon belonen. Maar zo goed als ze de kunstjes deed, zo niet goed voelde de klik tussen de hondenjuf en mij.

De hondenjuf had zoals ze zelf dacht, last van opvliegerige hormonen en dat was merkbaar omdat ze te pas en te onpas inhaakte op vragen. En dat deed ze dan als een opgefokte terriër die niet weer losliet. Op de vraag waarom puppies zo kunnen bijten kreeg ik een stortvloed aan kritiek en criteria waarom honden überhaupt bijten of niet luisteren.

Ik moest maar eens bij mezelf te rade gaan wat ik die dag wel allemaal had gedaan met de hond. En hoe lang. En hoe veel. En hoe vaak. Want dan zou wel blijken dat ik haar ofwel had overspoeld met bezigheden ofwel had verwaarloosd en de hond overduidelijk gek werd van verveling. De andere cursisten hielden zich wijselijk stil. Waarschijnlijk omdat ze het bijtprobleem herkenden en geen zin hadden in kritiek op een herkenbaar probleem. Zoals elke puppybezitter dit zal herkennen. Puppies bijten nou eenmaal. Alleen Juffie Swiffer gilde dat ze dat vollédig begreep en dat mensen toch wel wísten wat wel en vooral niet te doen?! Dat stond allemaal in het prachtige boek wat ons vorige week nog overhandigd was! Tsssss. De onkunde…

Daarnaast kreeg ik de opmerking dat “Zsa Zsa ZIT” too much information was voor de hond om te verwerken. Een simpel “Zit” volstond. Honden snappen namelijk niets. En dus is het lariekoek om tegen je hond te praten. Wie doet dat nou?! “ik praat nooit tegen mijn honden” besliste de hondenjuf. “Want daar worden ze he-le-maal geïrriteerd van” Ze vond stellig dat het onzin was om tegen je hond te praten omdat ze er toch geen snars van begrijpen.

Ik stond paf. “Waarom hebben we dan überhaupt een hond als je er niet tegen mag praten? Het zijn toch gezelschapsdieren? Iedereen praat toch tegen zijn dier??” Dit was een domme zet. Haar nekharen sprongen omhoog en ze stak van wal met een betoog die me deed bibberen. Waarom dit, waarom dat, en waarom ik eigenlijk vooral zou moeten luisteren.

“Als je zo graag tegen iemand wilt kletsen moet je je schoonmoeder maar in huis nemen!!” riep juffie Swiffer vanuit haar stoeltje. Alle ogen waren op haar gericht. “Of nou ja, ik spreek voor mezelf natuurlijk, haha. Haha…” “dat gaat niet hè als ze dood is” antwoordde ik bits. Jezus Mina waar was ik in beland? Wat ís dit voor cursus? Wat moest ik hiervan opsteken?

Nou simpel. Mijn mond houden en opletten. Tenslotte had de hondenjuf een aardig boekje getypt waaruit ik wél heel veel nuttige informatie kon halen. En ik was niet de enige die afgeblaft werd getuige de ‘blije’ gezichtjes van de hondeneigenaren.

Pffff. Twee lessen gehad, nog acht te gaan. En Zsa Zsa? Die was blij dat ze na een uur afzien weer in de bench naar huis zat. Net als ik trouwens… 😉 Op naar de derde les…

 

IMG_9813

5 gedachtes over “Puppyles

  1. Mrs. Brubeck zegt:

    Heerlijk, wij ook hier met een pup van 12 weken! Na anderhalf jaar gerouwd te hebben over onze trouwe labrador, besloten we er terug voor te gaan. Ook wij gebruiken het woordje “yes” en ze reageert daar fantastisch op!
    Veel succes en vooral plezier :-).

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s