Zelfkritiek is ook maar een mening

Zelfkritiek. Een eigenschap waar ik in uitblink. De meesten van ons denk ik. Gisteravond zat ik voordat ik m’n bed inhupte nog even door Instagram heen te scrollen. Gewoon, omdat dat ontspannend is (ook al zeggen alle wetenschappers geen telefoon meer aan te raken voordat je gaat slapen, ik doe het lekker wel).

De foto’s die ik tegenkwam waren zoals altijd opbeurend (lees: hoopvol), smakelijk (Lees: watertandend lekker), inspirerend (lees: Hé, dat wil ik ook doen) als confronterend (lees: shit, dat herken ik jammer genoeg ook…)
Nou vind ik eigenlijk dat je iets negatiefs altijd om moet buigen naar iets positiefs, dit omdat het dan makkelijker meenemen is. Het moet uiteindelijk gewoon in je handtasje passen. Zo klein. Iets groter maken dan het is, is niet echt zinvol. Zo tors je alleen maar ballast mee waar je op den duur last van krijgt. Maar, zoals het ons allen vast wel bekend is, valt dit niet altijd mee. En als het om iets gaat wat er écht toe doet, wat bepalend is – en zelfs dát is ook weer releatief, lijkt het soms net of je het ook niet kwijt wílt… 
Een paar meisjes die ik volg hebben of hadden een eetstoornis. Toen ik op een van hun foto’s op het hartje drukte en de tekst las die er onder stond, moest ik even slikken. Ze verwoorde de foto die ze geplaatst had door vertekende ogen. Het klopte niet. Maar in haar hoofd en gedachtengang natuurlijk wel. BAM. Confontatie-alert….
Even later kwam ik een drieluik foto tegen. Eentje waarop hetzelfde meisje in drie hoedanigheden stond. En niet een daarvan was hoe ze zichzelf het liefste zag: TEVREDEN. Terwijl ik, toen ik alle drie de foto’s bekeek dacht: whaaa toppie Joppie, wat een lijf. Schredded, muscled en toned.  Doe mij ze alledrie maar 😉 
Beide verhalen zetten me aan het denken. Ik schreef er al eerder over, maar blijkbaar is het toch zo’n dingetje dat ik er nog een keer over schrijf. En misschien nog een keer. En nog eens, totdat ik óók eens leer bepaalde dingen in het juiste perspectief te zien.
Ik herinner me van toen ik een puber was, dat ik eens heftig aan het lijnen was. Want ik wilde dunzijn. Dun. Ook al weer zo’n begrip waarmee je alle kanten op kan. Want wanneer ben je dun genoeg? Ik was een ons gegroeid ofzo, en zat huilend op de grond tegen de cv, hevig snikkend over die aangekomen 100 gram… Moeder boos, Paulina boos. Ik ben dat incident nooit vergeten.
Naar het strand ging ik dus écht niet. Of nou ja, met een lange broek aan.  Al vielen alle mussen dood van het dak, ik hield m’n broek aan. Of een lange rok. Of in elk geval iets wat mij wegmoffelde. Naar het zwembad met vriendinnen vermeed ik als de pest. Ik gruwelde ervan. Op vakantie naar Zuid Frankrijk lag ik als enige malloot verstopt onder een handdoek… terwijl ik het opschrijf schiet ik er ook nog van in de lach; op mijn buik, of rug, met een handdoek dwars over mij heen. Ik heb me trouwens nooit afgevraagd waarom dat gedeelte niet meekleurde…
Ik was, zoals zovelen; niet tevreden. Nu kun je ergens niet tevreden over zijn en het wel gewoon accepteren je korte broek aanhijsen en schijt hebben aan de rest van de wereld. Ik niet. Ik was zelfs al bang voor de spiegel. 
Gelukkig heb ik geen eetstoornis ontwikkeld en heb ik hier slechts in de zomer hinder van ondervonden. Want begrijp me goed, het ging alleen om het tonen van de blote huid. Ik zie putjes, dus de rest van de wereld ook. En die lijken met elke zonnestraal erger te worden. Ware horror.
Dat dit hele geëikel slechts tussen de oren zat werd tijdens de eerste vakantie met mijn geliefde duidelijk. Ik was flink aangekomen door al onze eet-uitstapjes (pizza, chinees, patat – repeat) en wij gingen op vakantie. Ik heb me echt waar, nog nooit zó mooi en zó gelukkig gevoeld. Ik kan het gevoel in één keer oproepen. Ik was überverliefd op hem, en hij op mij en on top of the world. Met mijn droomprins aan mijn zij kon ik de wereld aan. Ook met blote benen… Juist met blote benen…
Want toen ik thuis kwam en mij in mijn jeans wilde wurmen, kwam ik niet verder dan mijn knieën… En toch, had ik me daar die voorgaande weken to-taal niet druk om gemaakt en ontzettend genoten van onze vakantie.
Toch sloop datzelfde gevoel er weer in. Het verstop-syndroom zeg ik maar even gemakshalve. Hoewel ik mijn eetpatroon omsmeet en er fris en fruitig uit kwam te zien, vermeed ik nog steeds korte broeken en korte rokjes. En tot twee jaar geleden trok ik nog een rokje aan over mijn bikini…
Dat je jezelf dit aandoet (want wees eerlijk, dat doe je natuurlijk helemaal zelf) is eigenlijk te absurd voor woorden, want je doet jezelf heel erg te kort. Alleen daarom al praat ik er liever niet dan wel over- het kan enorme irritatie opwekken bij collega-vrouwen. Maar soms, op een onbewaakt moment kan ik vol afgunst kijken naar vrouwen die zich van de hele wereld niks aantrekken. Omdat zij vinden dat ze mooi zijn. Met of zonder bikini. Met of zonder putten.
Toen ik gisteravond deze prachtige vrouwen voorbij zag komen realiseerde ik me eens te meer dat het ‘all about perspective’ is. Het is maar net hoe je naar jezelf kijkt. En tuurlijk, vanuit de goede hoek gezien, is mijn behind al lang niet meer wat het was dan toen ik van die vakantie terug kwam. Al was ik toen gek genoeg op mijn gelukkigst met elke vorm…
De reden dat ik een fotoshoot ga doen, is dan ook gelinkt aan deze onzekerheid. Ik wens vanuit het diepste van mijn hart, dat ik daarna zie dat het oké is. Ik heb me in gedachten al wel duizend keer afgevraagd of ik een lange broek aan zal moeten, of zo’n mooie brazillian slip. Zo eentje waar je de prachtigste billen van de wereld krijgt. 
Want stel je voor dat de fotograaf constateert dat je zó’n gigantische krentenbol –reet hebt dat hij je met de hand voor zijn ogen vriendelijk verzoekt om alstublieft iets aan te trekken wat meer ‘bedekt’ zeg maar… Het idee alleen al.
Waarom ik dit alles opschrijf? Niet als klaagzang. Nope. Dat doe ik ook wel zonder dit te delen haha, daarvoor ben ik namelijk getrouwd (hahaha moet je nagaan hoe lief mijn man is).  Om te laten zien dat je zélf deels verantwoordelijk bent voor je state of mind. Dat je er zélf aan moet werken om je zelfbeeld om te buigen. 
  
Want er komt (hoop ik) een dag dat je oud bent. En grijs. En versleten. En die dag wil ik tevreden terug kijken. Er is niets wat zo vluchtig is als tijd. Het vliegt voorbij. En ik wil elke kostbare dag die ik nog heb, niet verkwisten aan mijn puttensyndroom. Ik doe wat ik kan doen en verder wil ik genieten. Ik wil aan mijn kinderen doorgeven dat we mooi zijn. Dat we goed zijn zoals we zijn. Dat je kunt werken aan dat wat je misschien anders zou willen, maar dat je nóg gelukkiger wordt wanneer je jezelf volledig kunt omarmen. En dan is alles wat daarbovenop komt, slechts een toetje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s