Trendsetterij blijkt niks voor mij


Trends komen en gaan. Bijna elke trend die de mode passeert is ook al eens in de mode geweest. Ruitjes, streepjes, stippen en allerhande patronen passeren de revue. Wat dat betreft ben je gek als je de bezem door je (achterhaalde) garderobe heen haalt want gegarandeerd dat je over twintig jaar weer helemaal up-to-date bent in je ouderwetse kloffie. Zolang je zorgt dat er mottenballen tussen hangen en je op gewicht bent is er niets aan het handje.
Maar niets is zo veranderlijk als de mens (luister maar naar de Dela Reclame…) en dus willen we niets liever dan achter elke trend aanhobbelen en kunnen we niet vaak genoeg morrend en zeurend voor onze kledingkast staan en zuchtend bedenken dat we ‘echt niks hebben’ om aan te trekken. 
Modebloggers hebben een neus voor dit soort trends. Ze trekken de gekste en kekste hobbezakken aan, een paar flinke hakken of platte glimsneakers (en O wat wil ik die ook graag!) en ze zijn hipper dan hip. En wij arme stervelingen, mixen en matchen ons een slag in de rondte om minstens zo hip en nieuwerwets over straat te gaan.
Regelmatig blader ik koortsachtig door de Cosmo op zoek naar nieuwe mogelijkheden voor mijn eigen achterhaalde tenuutjes. Want als zo’n modepoppetje het lukt om er absolutely fabulous uit te zien moet het verdorie toch ook mogelijk zijn om er tenminste één dag als een echte #fashionista uit te zien? 
Helaas kom ik nooit veel verder dan uiteindelijk de hele zooi in de zak van Max te proppen of de boel in de Leger des Heils Container te wippen. Ik schaam me er bijna voor. Als dochertlief dan eens naar superstyliste Jill of ‘Hip voor Nop’ kijkt begin je je steeds onhandiger te voelen. En dat, terwijl je je een uur daarvoor nog vastberaden en vastbesloten voelde om je troep nieuw leven in te blazen. Zij doen dat toch ook? Wanneer zo’n styliste aan de slag gaat met mijn oude garderobe kon het linea recta de Cosmo of de Glossy in. 
Maar goed. Mij gaat dat dus niet lukken. Het allerleukste gaat de verkleedkist in en alles wat daarna komt verdwijnt richting Afrika. Of komt in de recyclebak. Onlangs snuffelde ik eens rond in een kringloopwinkel. We brachten er net een lichting oude spulletjes heen en namen meteen even gebruik van de gelegenheid om eens te kijken wat voor leuks er allemaal tussen lag. En warempel, ik zag er mijn oude rieten stoel nog staan! En Ooh, ook van die ouderwetse haardroogkappen, koffie apparaten, van die mooie ouderwetse secretaires, hele leuke salontafels en natuurlijk ook, kleding.
Van die kleding die als ‘Vintage’ bestempeld word en waarin een model ongetwijfeld een Catwalk-look mee scoort. Ik weet bij voorbaat al wat voor look ik heb als ik er in rond ga lopen; de oudewijvenlook. Ik ben bang te transformeren in Amy van the Big Bang Theory.  Ik kan er ook niets aan doen. Blijkbaar doe ik toch iets verkeerd. 
Inmiddels heb ik wel geleerd wat wel en wat vooral niet aan te trekken. En hoewel alles vast ooit weer in de mode komt, en mottenballen niet eens zo gek duur zijn, laat ik die beker maar aan mij voorbij gaan. Ik volg niet klakkeloos de mode maar wil ook niet blijven hangen in een broek van twintig jaar oud; dat heb ik wel afgeleerd.
Want waar ik trots al tien jaar zuinig in mijn G-Star (mét wijde pijp) dragend een hip boetiekje in loop, is de verkoopster oprecht verbaasd dat ‘dat oude model überhaupt nog gedragen wordt…’ De wijde pijp dus verruild voor een skinny model. En ook maar meteen in drie kleuren. Kan ik weer 10 jaar vooruit. En daarna ga ik ze bewaren. Met mottenballen. Ben ik tegen die tijd tenminste Cosmo-waardig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s